On(ver)taalbaarheden

  • 0

Vertalingen worden doorgaans voorgesteld als breekijzers voor buitenlandse literatuur in andere talen. Dankzij de vertaling, zo luidt de communis opinio, wordt een werk toegankelijk gemaakt voor lezers in anderstalige literaire en culturele ruimten die de brontaal niet of onvoldoende beheersen. De vraag is niet zozeer wát wordt vertaald maar hóé de vertaler aan het werk gaat. Vertalers hebben hun vertaalstrategieën en maken poëticale keuzes. Ze worden door de brontaal uitgedaagd om met de nodige creativiteit aan de slag te gaan. In de vertaalslag wordt niet alleen verlies geboekt, er is onmiskenbaar ook winst op te tekenen. Want niet alles is vertaalbaar. De tekst ondergaat in een andere taal een metamorfose, zodat van een één-op-één verhouding geen sprake kan zijn.

Woorden die niet in talen passen

Onlangs zond op de bekende Franse radiozender France Inter een vraaggesprek uit met drie vertalers. Het onderwerp van het interview was de onvertaalbaarheid van woorden. Naast de opmerking dat een vertaler veeleer de gedachte van een literair werk vertaalt dan woorden – in dat opzicht is hij of zij wellicht ook de meest indringende interpreet van de tekst – ging de aandacht naar de wijze waarop de vertaler met het onvertaalbare omgaat. Hoe krachtig en suggestief taal ook is, zij heeft haar beperkingen. Taal is een conventioneel systeem van tekens (en betekenissen), gebonden aan regels en voorschriften. In talen, cultureel en maatschappelijk ingebed, komen woorden voor die in andere talen geen equivalent hebben. Er zijn in het radiogesprek voorbeelden genoemd van Japanse uitdrukkingen die in het Frans hoogstens beschrijvend kunnen worden weergegeven.

Apprivoiser

De introductie van het radio-onderhoud is bijgebleven. In Le petit prince (1946) van de Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry, meer bepaald in hoofdstuk XXI, heeft een gesprek plaats tussen de trieste kleine prins en de vos. Op de vraag samen te spelen, reageert de eloquente vos met de mededeling: “Je ne suis pas apprivoisé.” Vervolgens ontspint zich een dialoog waarin het voor de jongen onbekende woord “apprivoiser” wordt besproken. Tot drie keer vraagt hij letterlijk: “Qu’est-ce que signifie ‘apprivoiser’”? De vos antwoordt uiteindelijk dat het werkwoord betekent: “créer des liens …”. Verbanden scheppen, banden smeden. Het beletselteken is veelbetekenend. “[S]i tu m’apprivoises, nous aurons besoin l’un de l’autre. Tu seras pour moi unique au monde. Je serai pour toi unique au monde …”. Dan volgt een filosofische discussie over verbondenheid (“interconnectedness”). De vos geeft de kleine prins nog het volgende mee: “On ne connaît que les choses que l’on apprivoise […]. Les hommes n’ont plus le temps de rien connaître. Ils achètent des choses toutes faites chez les marchands. Mais comme il n’existe point de marchands d’amis, les hommes n’ont plus d’amis. Si tu veux un ami, apprivoise-moi!”. Verder laat de vos zich nog ontvallen dat “[l]e langage est source de malentendus”. Taal is de bron van misverstanden.

In het hoofdstuk aan het eind van de roman, zo schatten we, duikt (een vervoeging van) het werkwoord “apprivoiser” een twintigtal keer op. De conversatie gaat over de betekenisinhoud van het woord, een lemma dat niet in het Frans vocabularium voorkomt. Vraag is vervolgens hoe dergelijke woorden, waarvan de semantische inhoud niet vastligt, in een andere taal worden omgezet. Dit vergt van de vertaler creativiteit. In iedere taal, zoals in het idioom van de vos, komen woorden en uitdrukkingen voor die onvertaalbaar zijn. Er kunnen woordenboeken worden samengesteld van woorden die onvertaalbaar zijn. Dat is nog iets anders dan “valse vrienden”: woorden die er hetzelfde uitzien of die heel erg op elkaar lijken, maar toch iets anders betekenen in de respectievelijke talen. Het gaat over specifieke woorden, refererend aan een cultureel gedetermineerde blik, waarvoor in de andere taal alleen descriptieve verklaringen of omschrijvingen voorhanden zijn, geen equivalenten. Precies in die linguïstische ruimte laat de vertaler het beste van zijn of haar kunnen zien.

Tam en mak

In de Nederlandse vertaling De kleine prins door Laetitia de Beaufort-Van Hamel wordt “apprivoisé” vertaald als “tam maken”. Het is een poging om de betekenisrijkdom van het origineel dicht te maken. De vraag is of die keuze bevredigend mag worden genoemd. “Jij bent voor mij maar een klein jongetje,” zegt de vos, “als alle andere kleine jongetjes. En ik heb je niet nodig. Ik ben voor jou een vos als alle andere vossen. Maar als je me tam maakt, dan zullen we elkaar nodig hebben.” Over het woord “tam” merkt de vos op: “Dat is nogal een vergeten woord […]. Het betekent ‘verbonden’”. Hoe vertaal je vergeten woorden? Bijvoorbeeld in het Afrikaans?

In de Afrikaanse vertalingen is geopteerd voor “mak maak”. Naòmi Morgan, die het boek van Antoine de Saint-Exupéry ook zelf heeft vertaald, ondernam een vergelijkend onderzoek. Dit zijn haar bevindingen.

Daar bestaan drie vertalings van Antoine de Saint-Exupéry se Le petit prince:

  1. Vertaler: JPL Krige. Uitgewer: AA Balkema, Kaapstad, 1957.
  2. Vertaler: André P Brink. Uitgewer: Tafelberg, Kaapstad, 1994.
  3. Vertaler: Naòmi Morgan. Oudioboek (voorleser Chris van Niekerk) uitgegee deur die vertaler, 2017.

Al drie die vertalers het dieselfde werkwoord gekies, naamlik “mak maak”. Afrikaans is ’n jong taal, skaars honderd jaar oud, en vir sekere werkwoorde is daar nie veel keuses nie. Krige se vertaling is skaars nog verkrygbaar – die taalgebruik en sinskonstruksie kom hier en daar ’n bietjie ouderwets voor. Brink se vertaling is nog vryelik beskikbaar en sal waarskynlik die vertaalverwysing bly. Morgan se vertaling is geskep vir ’n woordkuns-vertoning wat geskik is vir kunstefeeste. Dit bestaan as oudioboek waarvan die geskrewe teks nie beskikbaar is vir aanhalings soos vir hierdie artikel nie. Die vertaling moes veral beantwoord aan die kriteria van vloeibaarheid en luisterbaarheid.

Hier volg die vertalings in kronologiese volgorde:

1. “Ek kan niet1 met jou speel nie,” sê die jakkals. “Ek is nie mak gemaak nie.”

[...]

“Wat beteken: mak maak?” (herhaal 3 maal)

[...]

“Dit beteken om bande te smee.”

[...]

“Daar is ’n blom ... ek dink dat sy my mak gemaak het.”

(p. 56)

“Maar as jy my mak maak, sal my lewe vol sonlig wees. […] Hoe wonderlik sal dit nie wees as jy my mak gemaak het nie. […] Asseblief … maak my mak!” sê hy.

[…]

“Mens verstaan net die dinge wat jy mak gemaak het,” antwoord die jakkals. […] “As jy ’n vriend wil hê, maak my mak!”

2. “Ek kan nie met jou speel nie,” sê die jakkals. “Ek is nie mak nie.”

[...]

“Wat beteken ‘mak’ nou eintlik?”

[...]

“Wat beteken ‘mak’?” (herhaal 2 maal)

 [...]

“Dit beteken ‘om bande te hê’.”

[...]

“Daar is ’n blom ... ek dink sy het my mak gemaak.”

(p. 67)

 [...]

“Maar as jy my mak maak, dan sal dit wees asof ’n son in my lewe begin skyn het. […] Dus sal dit iets wonderliks wees as jy my mak gemaak het!”

[…] “Asseblief …” sê hy, “maak my mak!”

[…]

“Mens ken net die dinge wat jy mak maak,” sê die jakkals. (p. 68)

[…]  “As jy ’n vriend wil hê, maak my mak!” (p. 69)

3. “Ek kan nie met jou speel nie, het die jakkals gesê. Ek is nie mak gemaak nie.”

[...]

“Wat beteken ‘mak maak’?” (herhaal 3 maal)

[...]

“Dit beteken ‘om bande te smee ...’ ”

[...]

“Daar’s hierdie blom ... ek dink sy’t my mak gemaak ...”

[...]

“Maar as jy my mak maak, sal dit wees asof die son oor my lewe opkom. [...] Dus sal dit wonderlik wees wanneer jy my mak gemaak het!”

[...]

“Asseblief ... maak my mak?” het hy gesê.

[...]

“Dis net die dinge wat ’n mens mak maak wat jy werklik leer ken. [...] As jy ’n vriend wil hê, moet jy my mak maak!” (sp – ongepubliseerde manuskrip)

Tot besluit

“Personne ne vous a apprivoisé et vous n’avez apprivoisé personne.” Een staande uitdrukking is “traduire, c’est trahir” (vertalen is verraden). Vertalen is vooral een daad van scheppende arbeid, de vertaler een creatief coauteur van de tekst in een andere taal. Over de kwestie van het onvertaalbare, l’intraduisible, kan alleen de vertaler zich uitspreken. Het is een domein waar de vertaalwetenschap tekort schiet. De vertaler “apprivoise”: hij of zij maakt verbindingen tussen woorden in talen. Niet zomaar mak of tam.

......

1 Sic. Balkema was ’n Nederlandse uitgewer, maar dit kan ook ’n setfout wees. In 1957 is die “niet”-vorm nie meer gebruik in Afrikaans nie.

Lees ook:

Die klein prinsie by die Vrystaat Kunstefees: ’n onderhoud

Lees ook op Voertaal:

Vertaalhistoricus Lieven D’hulst over de tactiek van kleine talen

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top