Breytenbach Nobelprijswaardig

  • 0

Foto: verskaf

Vorige week stond het met zoveel woorden in het cultureel supplement van de Franse krant Le Figaro. De vijfentachtigjarige Nederlandse schrijver Cees Nooteboom is Nobelprijswaardig: “écrivain néerlandais nobélisable”. Ieder jaar worden wel méér schrijvers gerekend tot de kanshebbers voor de Nobelprijs Literatuur. Het is een kansspel met veel kandidaten maar weinig gegadigden.

Elk jaar dragen wetenschappelijke academies en universitaire instellingen wereldwijd schrijvers voor met het oog op de Nobelprijs. Op vraag van initiatiefnemers in Zuid-Afrika heeft het Gents Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika (Universiteit Gent) jaren geleden het verzoek ingewilligd om steun te verlenen aan de kandidatuur van Breyten Breytenbach.

Na onverkwikkelijke toestanden in en rond het Nobelprijscomité vorig jaar is zoals bekend geen prijs uitgereikt. Naar verluidt proclameert het instituut in Stockholm begin oktober 2019 twee Nobelprijslaureaten. Mogelijk is een van hen de internationaal gerenommeerde en in vele talen vertaalde schrijver Breyten Breytenbach. Naast Cees Nooteboom.

Remco Campert liet zich enkele jaren geleden ontvallen dat Antjie Krog “Nobelprijswaardig” is. De uitspraak is geciteerd op het achterplat van Waar ik jou word (2017), een anthologie van vijfentwintig gedichten uit het oeuvre van Krog. Al veel eerder, in december 1977, heeft een Vlaams dichter en criticus iets vergelijkbaars geopperd.

Ter gelegenheid van de Meulenhoff-uitgaven met Breytenbachs verzamelde gedichten, Het huis van de dove (1976) en Met andere woorden (1977), publiceerde Willem M. Roggeman in De Nieuwe Gazet een recensie. De titel luidt “Verzameld werk van Breyten Breytenbach. Een ideale kandidaat Nobelprijs”. In de openingsalinea stelt de recensent dat “Breytenbach een zeer markante plaats [inneemt] binnen de internationale moderne poëzie”.

Roggeman volgde al langer de literaire publicaties van Breytenbach. In de juni-aflevering van De Vlaamse Gids (jaargang 58, nummer 6, 1974) is door Roggeman een uitgebreid interview met Breytenbach gepubliceerd (p. 10-31). De tekst van het vraaggesprek is gebundeld in het eerste deel van de boekenreeks met de titel Beroepsgeheim (6 delen, 1975-1992). Alle interviews zijn beschikbaar in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren (DBNL).

Opmerkelijk is dat Roggeman ‘Gesprek met Breyten Breytenbach’ opnam in Beroepsgeheim 1 (Nijgh & Van Ditmar, ’s-Gravenhage/Rotterdam, 1975), aangezien in die reeks uitsluitend interviews met Nederlandstalige schrijvers voorkomen. Gesprekken met anderstalige auteurs publiceerde Roggeman overigens in Literair Paspoort. Een rechtvaardiging voor die keuze, bij wijze van spreken een inlijving van Breytenbach in de Nederlandse literatuur, lezen we in De Nieuwe Gazet: “deze Zuidafrikaanse [sic] dichter [staat] veel dichter bij het Nederlands dan de feitelijke afstand tussen Zuid-Afrika en Nederland doet vermoeden. Tijdens zijn jarenlang verblijf in Parijs kwam hij vaak naar Nederland en Vlaanderen. Ook werd hem reeds in 1968 in Nederland de Reina Prinsen Geerligsprijs toegekend en in 1972 de Van der Hoogtprijs”.

Over het literaire exil van Breytenbach in de Nederlandse literatuur hebben Jaap Goedegebuure (1993) en Erik van den Bergh (2003) vanuit literair-historisch perspectief al eerder gepubliceerd. Op 6 december 1975 verscheen in Hervormd Nederland van de hand van Roggeman onder de titel ‘Breyten Breytenbach vorig jaar: “Op een koe of kruipend, ik ga terug naar Zuid-Afrika”’ een fragment uit het gesprek opgenomen in De Vlaamse Gids (juni 1974). Sindsdien was Breytenbach gearresteerd en veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar.

In zijn boekbespreking benadrukt Roggeman het cross-mediale artistieke project van Breytenbach: “De poëzie van Breytenbach is altijd sterk visueel getint geweest. Steeds weer komt de invloed van de schilder in zijn taal tot uiting”. Naast de visuele beeldentaal wijst de recensent op de “invloed van het Zen-boeddhisme”, de aandacht voor “de dood, de ellende en de aftakeling”, en het gebruik van de paradox (met een referentie aan de schilderkunst van Jeroen Bosch en Goya). In zijn beschouwing heeft de auteur vooral aandacht voor de bundels Kouevuur, Oorblyfsels en Lotus.

De betekenis van Breytenbachs poëzie voor het Afrikaans is al vele malen beklemtoond. Net zoals de manier waarop Antjie Krog de taal verrijkt met woordsamenstellingen, neologismen. Roggeman noteert: “Dat hij als de belangrijkste Afrikaanse dichter wordt beschouwd, is trouwens voor een groot deel te wijten aan het feit dat hij het Afrikaanse spraakgebruik heeft veranderd”.

Pas zeven jaar eerder maakte Krog haar poëziedebuut met Dogter van Jefta. Op dat moment had Breytenbach, sinds zijn debuut in 1964 (Die ysterkoei moet sweet en Katastrofes), al een literair parcours afgelegd.

Roggemans pleidooi voor de Nobelprijs, ruim vijftig jaar geleden geformuleerd, wordt onderbouwd met esthetische en politieke motieven. Op het moment dat de schrijver twee jaar in gevangenschap doorbrengt, na de veroordeling voor zogenaamde terroristische activiteiten en lidmaatschap van een in Zuid-Afrika verboden organisatie (Okhela, ook wel Atlas genoemd), sprak de Vlaamse criticus zijn apologie uit. “Vermits de Nobelprijs voor letterkunde, toch meestal door politieke motieven blijkt ingegeven, zou Breyten Breytenbach een ideale kandidaat voor deze prijs zijn. Niet alleen vertegenwoordigt hij een uitzonderlijk poëtisch oeuvre, maar hij brengt ook een humane boodschap, die niet luid genoeg kan verkondigd worden.”

Op 16 september 2019 rondt Breytenbach de kaap van tachtig. Zopas is een magistrale bundel verschenen, Op weg na kû. Met ouder worden is de schrijver/schilder productiever dan ooit, alsof een wedloop tegen de tijd plaatsheeft. Het is een bekend fenomeen dat schrijvers op oudere leeftijd productiever zijn en soms zelfs hun belangrijkste werk voortbrengen.

Ook de tegengestelde beweging bestaat. Breytenbach heeft vanaf zijn debuut zijn idiosyncratische voetafdruk nagelaten in de letteren. De internationale renommee van de dichter wettigt hoe dan ook de meest prestigieuze literaire onderscheiding. Mocht de bekendmaking plaatsvinden tijdens het congres in Gent (16-18 oktober 2019, www.afrikaans.ugent.be), met de letterkundige focus op Breytenbach, dan wordt de wens van Willem M. Roggeman, uitgedrukt in De Nieuwe Gazet, eindelijk bewaarheid. Breytenbach is immers al vijftig jaar Nobelprijswaardig. Ook in Europa steunen wij het initiatief van Zuid-Afrikaanse academici om Breyten Breytenbach voor te dragen voor de Nobelprijs literatuur.

Het interview van Roggeman met Breytenbach kan hier worden gelezen: https://www.dbnl.org/tekst/rogg003bero01_01/rogg003bero01_01_0013.php

Over vraaggesprekken met de Vlaamse schrijvers-critici Julien Weverbergh en Fernand Auwera handelen volgende afleveringen in mijn reeks over Breytenbach en de Lage Landen.

  • Met dank aan Adriaan van Dis voor het verlenen van de toelating voor het consulteren van het Breytenbach-archief in het Literatuurmuseum (Den Haag).

Lees ook

''Vriendschap voor Breyten''. Schilderijen in De Doelen (1977)

Schijnwerper op Breytenbach. Steunactie van Adriaan van Dis in Nijmegen (april 1979)

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top