Nederlands in Suid-Amerika

  • 0

.........

“Suriname is een meertalig land, waar naast Surinaams-Nederlands ook Sranantongo, Spaans, Engels en vele andere inheemse talen worden gesproken. Het aandeel van de Nederlandstalige literatuur in dat meertalige palet is niet gering.”

.........

Die 2019-Cross-Over-konferensie is in November in samewerking met die Caribische Associatie voor de Neerlandistiek (CARAN) in Paramaribo, Suriname aangebied.

Menán van Heerden gesels met Yves T’Sjoen oor die 2019-dubbelkonferensie in Suid-Amerika.*

Yves, baie dankie dat jy met ons gesels! Waaroor het hierdie konferensie gegaan en watter rol het jy gespeel?

Samen met collega’s van Nederland (Amsterdam en Leiden), Polen (Poznań) en Aruba maakte ik deel uit van het wetenschappelijk comité. De organisatie van het symposium was in handen van de Anton de Kom-universiteit in Paramaribo.

Cross-Over is een congressenreeks die destijds van start ging in Amsterdam. Na passages in Leuven, Leiden en Gent is Cross-Over in 2015 voor het eerst georganiseerd buiten het Nederlandse taalgebied, meer bepaald aan de Adam Mickiewicz-universiteit van Poznan. In 2017 was het neerlandistiekcolloquium te gast in Aruba en in november 2019 in Paramaribo.

Onderwerp van de congresformule was aanvankelijk de transhistorische studie van de Nederlandstalige literatuur. Later kwam ook interdisciplinariteit op de agenda. Sinds de nomadische of dus meer internationale status van Cross-Over, met de afgelopen jaren edities in de Cariben, wordt de Nederlandse literatuur in contact met andere talen en culturen besproken.

.........

“Inclusiviteit betekent dat we de banden méér moeten smeden, buitenlandse onderzoekers van Nederlandse literatuur (in contact met andere talen en culturen) bij ons onderzoek en in het vakgebied betrekken.”

.........

Nederlandse literatuur wordt op diverse plaatsen in de wereld geschreven. Er is een uitgebreide koloniale en postkoloniale literatuur in het Nederlands. Nederlandstalige literatuur neemt andere gedaanten aan in die mondiale contexten, in verbinding met andere talen en culturen. Deze culturele diversiteit, met als uitgangspunt de Nederlandse letteren, laten we aan bod komen tijdens de symposia die bekend staan als Cross-Over.

Niet alleen methodologisch of disciplinair, ook in geografische zin ondernemen we dus voortaan cross-overs. We betrekken docentenplatforms in verschillende regio’s waar de neerlandistiek op universitair niveau wordt beoefend in de organisatie. Op die manier laten we de diversiteit van de Nederlandse literatuur in de wereld zien. We streven tegelijk naar een meer inclusieve neerlandistiek. Het onderscheid tussen intra- en extramuraal op het gebied van de Nederlandse literatuur(studie) is weinig zinvol, zeker in een geglobaliseerde wereld.

Suriname, ’n land in Suid-Amerika, is ’n vorige kolonie van Nederland. Hoe sou jy meertaligheid in hierdie land beskryf en watter rol speel Nederlands/Nederlands-Surinaams?

Suriname is een meertalig land, waar naast Surinaams-Nederlands ook Sranantongo, Spaans, Engels en vele andere inheemse talen worden gesproken. Het aandeel van de Nederlandstalige literatuur in dat meertalige palet is niet gering.

De Surinaams-Nederlandse literatuur laat een ander gelaat zien dan de literatuur in het Nederlandse en Vlaamse moedertaalgebied. Nogal wat Surinaams- en Caribisch-Nederlandse schrijvers zijn actief in Nederland en ontvangen er literaire prijzen.

Michiel van Kempen heeft uitvoerig gepubliceerd in Ons Erfdeel (augustus 2019) over de hedendaagse Caribisch-Nederlandse literatuur. De recente laureaat van zowat alle poëzieprijzen in Nederland, Radna Fabias, is geboren in Curaçao.

Radna Fabias (Foto’s: Menán van Heerden)

Frank Martinus Arion (Aruba) en Albert Helman, Bea Vianen, Astrid Roemer en vele anderen maken deel van de Nederlandse (migranten)literatuur. Die laatste zin heeft geen misplaatste neokoloniale connotatie. De Nederlandse literatuur buitengaats is minstens even interessant als de literaire productie die ten noorden en ten zuiden van de Moerdijk wordt geproduceerd.

.........

“Indien we ons opsluiten in het moedertaalgebied en alleen de literaire productie in Nederland en Vlaanderen bestuderen, dan is dit een geïsoleerde en armtierige neerlandistiek.”

.........

Voor interessante studies over de meertaligheid van het gebied verwijs ik naar de studies van Wim Rutgers en Michiel van Kempen, onder meer de hoofdstukken in de tweedelige uitgave Europa buitengaats. Koloniale en postkoloniale literaturen in Europese talen (red. Theo D’haen). Te raadplegen op de DBNL (Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren): https://www.dbnl.org/tekst/dhae007euro01_01/.

Hoe sou jy Nederlandstalige literatuur in die Karibiese gebied / die Karibiese Neerlandistiek beskryf en wie is die bekendste skrywers?

Ikzelf houd nogal van de eigenzinnige poëzie van Edgar Caïro, een Surinaams auteur die vele jaren in Nederland heeft gewoond en een bij uitstek niet-Hollandse Surinaamse stem vertolkt. Het literaire oeuvre van Astrid Roemer is natuurlijk bekend, zeker na de P.C. Hooftprijs die ze voor haar literaire proza in ontvangst nam. Cola Debrot, Albert Helman, Boeli van Leeuwen en Bea Vianen zijn enkele andere canonieke namen. Zoals zovelen heb ik met gretigheid het debuut Habitus van Radna Fabias gelezen. En de laureaat van de VSB-Poëzieprijs 2014 Antoine de Kom (met Ritmisch zonder string), zoon van Anton de Kom – een bijzondere figuur in de Surinaams-Nederlandse literatuur.

Ik noem ook Dean Bowen en Gershwin Bonevacia, zij zijn de stadsdichters respectievelijk van Rotterdam en Amsterdam. Bowen en Bonevacia hebben Caribische roots maar noemen zich Nederlandse dichters. Recent las ik weer de door Michiel van Kempen samengestelde bloemlezing Spiegel van de Surinaamse poëzie. Het boek geeft een staalkaart van Surinaams-Nederlandse dichters, die in hun poëzie ook lokale talen verwerken. Ik vermeld nu vele auteurs niet die beslist in dat rijtje thuishoren.

Recent las ik nog Tranen om de Ara van de Limburgse Nederlander Jacques Thönissen dat zich afspeelt in Aruba en de politieke en morele teloorgang van het eiland thematiseert. Voor een (historisch) overzicht van de Surinaamse en Caribische literatuur in het Nederlands verwijs ik naar de talrijke studies van Rutgers en Van Kempen.

Hoe sou jy Antilliaanse literatuur asook Indisch-Nederlandse letterkunde in hierdie verband beskryf / vergelyk?

Vergelijkingen lopen steeds mank. Wat Suriname en de zogenaamde zes Antilliaanse eilanden betreft, de Beneden- en Bovenwindse eilanden (respectievelijk Aruba, Bonaire en Curaçao én Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius), gaat het over een Nederlandse koloniale literatuur.

Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en Bonaire zijn intussen landen in het Koninkrijk. De positie van het Nederlands (onderwijs, literatuur) op de verschillende eilanden is heel verschillend.

Globaal gesproken kun je stellen dat de Nederlandse literatuur er vandaag nog maar een fractie is van het literaire bedrijf, steeds minder in aanzien en omvang.

.........

“De postkoloniale literatuur is zowel in Indonesië als in de Cariben bijzonder rijk en gevarieerd, en wordt uiteraard niet uitsluitend in het Nederlands geschreven.”

.........

De Nederlands-Indische literatuur is de koloniale literatuur van Nederland over de archipel, geschreven in Nederland of tijdens de tochten van en naar de kolonie, die sinds de onafhankelijkheid Indonesië is.

Pas in 1975 werd Suriname onafhankelijk, veel later dan de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949). Dat heeft ook gevolgen voor de (post)koloniale literatuur die op beide plekken is tot stand gekomen. De postkoloniale literatuur is zowel in Indonesië als in de Cariben bijzonder rijk en gevarieerd, en wordt uiteraard niet uitsluitend in het Nederlands geschreven.

Waarom is ’n fokus op transnasionalisme mbt literatuur belangrik?

Literaire teksten beperken zich niet tot de omgeving waar de productie is tot stand gekomen, waar teksten circuleren en initieel worden gerecipieerd. Door bemiddeling van vertaling functioneren teksten ook in andere taal- en cultuurgebieden. Niet alleen door vertaling, zoals mag blijken uit de casus van de Caribisch-Nederlandse literatuur. Dergelijke internationale teksttrajecten maken deel uit van een tekstgeschiedenis en die is wat canonieke literaire stemmen betreft in vele gevallen transnationaal. Of beter geformuleerd: meertalig.

Teksten ondergaan een cultureel gedetermineerde metamorfose in een andere taal, ze ‘verkleuren’ en passen zich aan de nieuwe omgeving aan. Tegen de achtergrond van andere culturele contexten dan de broncultuur worden ze een andere tekst. In een ruimer perspectief, globaal zo je wil, kan literatuur worden bestudeerd.

De rol van culturele bemiddelaars, zoals vertalers, letterenfondsen en buitenlandse uitgevers, is in dat licht fundamenteel. Het letterkundig onderzoek kan vanuit transnationaal perspectief worden benaderd, waarbij cultuursociologische en literair-institutionele aspecten van belang zijn: het literaire klimaat, culturele contexten, uitgeverslandschap, receptie in anderstalige kranten en tijdschriften.

De factoren die ik hier opsom, naast andere, heeft mee de tekstgeschiedenis bepaald. Niet alleen het traject van tekstgenese tot publieke verschijningsvorm (en receptie) behoort tot de teksthistoriek, ook vertalingen en in het algemeen internationale tekstbewegingen.

Watter referate by die konferensie het vir jou uitgestaan?

Cross-Over, het letterkundig symposium van de internationale neerlandistiek, werkte zoals in Aruba samen met CARAN (Caribische Associatie voor de Neerlandistiek). De eerste dag is besteed aan letterkundige referaten, de volgende dagen kwamen onder meer taalbeleid en taalonderwijs aan bod (in Suriname).

De lezingen over Astrid Roemer, door collega’s en jonge onderzoekers van de Universiteit Leiden, waren bijzonder. Ook een vernieuwende lezing van Anton de Koms Wij slaven van Suriname was opmerkelijk. De keynote-lezing ging over kinder- en jeugdliteratuur in Suriname en de problemen die te maken hebben met productie, distributie en receptie.

.........

“Dergelijke internationale teksttrajecten maken deel uit van een tekstgeschiedenis en die is wat canonieke literaire stemmen betreft in vele gevallen transnationaal. Of beter geformuleerd: meertalig.”

.........

Ikzelf mocht er spreken over Edgar Cairo en de rol van Surinaamse literaire migrantenfiguren, vooral ook Astrid Roemer, in de Anti Apartheid Beweging van de jaren zeventig en tachtig in Nederland.

Er wordt telkens weer naar gestreefd de (Nederlandse) literatuur van de regio centraal te stellen tijdens het congres, met academici van Nederland, Vlaanderen én uit de regio.

Wat is die toekoms van Neerlandistiek in ’n globale konteks?

Met een boutade zeg ik wel eens dat de neerlandistiek internationaal is of niet is. Indien we ons opsluiten in het moedertaalgebied en alleen de literaire productie in Nederland en Vlaanderen bestuderen, dan is dit een geïsoleerde en armtierige neerlandistiek.

Zoals gezegd wordt op vele plekken in de wereld, in historisch opzicht en vandaag, Nederlandse literatuur geschreven, aan neerlandistiek gedaan. Dat is per definitie een andersoortige, wat mij betreft complementaire, neerlandistiek dan die aan Nederlandse en Vlaamse universiteiten.

Inclusiviteit betekent dat we de banden méér moeten smeden, buitenlandse onderzoekers van Nederlandse literatuur (in contact met andere talen en culturen) bij ons onderzoek en in het vakgebied betrekken.

Een volgende keer, in 2021, trekken we met Cross-Over naar de Karelsuniversiteit in Praag. In samenwerking met het docentenplatform Comenius en de Taalunie zullen we daar ook weer andere (Midden-Europese)-perspectieven op de Nederlandstalige literatuur laten zien.

Met doctorandi en academici die vanzelfsprekend een ander beeld hebben van de literatuur in mijn moedertaal. Het plan is om in 2023 naar Zuid-Afrika te komen met het nomadische neerlandistiekcongres.

Vooral die reikwijdte, de multiperspectivistische kijk op wat we aanduiden met het concept Nederlandse literatuur, betekent voor mij de toekomst van het vakgebied. In een globale en meertalige context. Het is dringend nodig dat we onze literatuurlijsten aan de universiteiten waar vandaag Nederlands wordt bestudeerd hieraan aanpassen. Dat gebeurt naar mijn oordeel thans veel te weinig.

Hier kan de belangstellende verslagen lezen over Cross-Over 2017 (Oranjestad, Aruba) en 2019 (Paramaribo, Suriname):

..........

*Hierdie dubbelkonferensie is die eerste keer in 2017 by die Universiteit van Aruba aangebied.

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top