Gestaag ontvouwen van een blad

  • 0

Poëticale lezersprints van Klara du Plessis

Het bibliofiele chapbook Unfurl van de Zuid-Afrikaans-Canadese auteur Klara du Plessis bevat vier poëzie-essays. Na het tweetalige (Afrikaans-Engels) poëziedebuut Ekke (2018; zie mijn recensie op LitNet: https://www.litnet.co.za/multiple-identity-meertaligheid-van-het-ik/), uitgegeven door Palimpsest Press in Canada, bundelt Du Plessis bespiegelingen over de lyriek van Erín Moure, Dionne Brand, Lisa Robertson en Anne Carson.

De teksten zijn eerder verschenen in periodieken en als blog. De samenspraak van deze korte beschouwingen veronderstelt niet zozeer een thematische en poëticale of een op vormentaal gerichte relatie in de respectievelijke oeuvres.

De specifieke tekstarchitectuur is veeleer toe te schrijven aan een particuliere interpretatieve benadering, aan de wijze waarop de lezeres teksten ontvouwt (“unfurl”), hoe zij aan tekstexegese doet.

..........

“Naast deze markante poëticale component besteedt Klara du Plessis revelerende passages aan taal en sensualiteit, de ‘inherent vibrancy that is humanity’.”

..........

In de essays ontmoeten wij een empathisch lezer, tegelijk een auteur die in barthesiaanse zin terugschrijft en auto-poëticale statements maakt. Roland Barthes tekende op: “On ne peut faire, à proprement parler, aucune distinction entre «lire» et «écrire» puisque chaque lecteur est un écrivain qui, pour comprendre le texte, doit le réécrire dans sa tête, lui fournir un sens. Il n’y a donc pas de lecteur puisque chacun devient, en lisant, l’auteur d’une interprétation unique et personnelle”.

In het woord vooraf, waaruit ik citeer, benadrukt zij de aandachtspunten: “language, ars poetica, self-referential dialogue of grammar and poetics”. Vooral de vibratie van het tekstlichaam, een “female embodiment of intelligence through sensuality, radical integration into geographies of mind and space”, bepaalt in hoge mate het lees- en schrijfproces. De lectuur van het lyrisch werk is de aanleiding voor het terugschrijven. Kort samengevat in de woorden van de essayist luidt het opzet als volgt: “an individual’s reading pratice become writing”.

deeply visceral and cognitive level

In de hedendaagse Engelstalige lyriek van Canada worden Moure, Brand, Robertson en Carson gerekend tot een oudere schrijversgeneratie, vier auteurs met wie Klara du Plessis zich publiekelijk associeert. Die associatieve drift impliceert geenszins invloed of een attestering van literair moederschap: “these poets and their thinking have moved me on deeply visceral and cognitive level. While this collection of essays doesn’t intend to position itself in a conversation of influence, lineage, or literary parenthood, it is grateful for a poetic climate of curiosity, resilience, and endless potential”.

the word’s semantic growth

Unfurl, for me, is the shape of a leaf managing itself into growth. It’s the gesture of a frond uncurling itself, standing upright, broadshouldered and confident”. Met deze openingszinnen wordt het werkwoord “unfurl” van een betekenis voorzien en de bundel van een programmatisch opzet. Van meet af aan construeert de auteur een dwingend verband tussen de natuur (het openvouwend groeiproces van knop naar blad) en de bladzijde in een boek: “It’s a leaf from a book, a page inscribing poetry that is organic and energetic and lends itself to my mind”. Hiermee etaleert Du Plessis een gedachte die als rode draad door alle essays loopt: het gedicht is eindeloos. In het proces van betekenisgeving (“the word’s semantic growth”) groeit de tekst grenzeloos in een continue interactie met de lezer. De tekst is niet statisch: in de verbeeldingswereld, buiten de controle van een scheppende autoriteit, groeit en bloeit hij mateloos en veelzeggend. De lezer wordt steevast uitgenodigd de fragmenten en beelden tijdelijk, gestaag in het leesproces, tot een verhaal te polijsten. Ook al zijn de “semantische snippers” (Hans Faverey) niet te consolideren in of te reduceren tot een samenhangende narratieve structuur. In de gebundelde essays is het semantische veld van “leven” (of de groei van het gedicht) dominant.

In unfurl is een auteur aan het woord die semantische ambiguïteit tot artistiek adagium heeft genomen. In de beschouwing over Erín Moures poëzie leest zij instemmend met het lyrisch subject dat de meest voor de hand liggende betekenis van het woord, de lexicale betekenis, doorgaans de minst relevante is. Zij leest in de diepte, op zoek naar het onvindbare in de taal. In “in hormonal forest”, het essay over Lisa Robertsons 3 Summers waarin hormonen en bomen deel uitmaken van een bijzondere beeldengrammatica (“The poem is a hormone”, LR), spreekt Du Plessis over Daphnes metamorfose in een boom: “it can be argued that utterance as self-activation inspires metamorphosis – metamorphosis into an organism, a tree that, by definition, never stops growing” (mijn onderstreping).

..........

“Met unfurl geeft zij de lezer en zichzelf alvast inkijk in de poëticale mindset.”

..........

In de tekst over Dionne Brands The Blue Clerk. Ars Poetica is sprake van “the endless potentiality of regeneration and growth”, over Carsons zelf-ontwikkelend oeuvre noteert zij: “[t]exts slip and merge, swell, growing tendrils that navigate thematically, stylistically into a distinct set of covers”. Het leesproces is kortom een oneindig experiment, een onstuitbare groeicurve, in het proces van betekenistoekenning aan een tekst.

inherent vibrancy that is humanity

Naast deze markante poëticale component – volgens Jacques Derrida de aandacht voor dissémination of uitwaaiering van tekens in talige betekenissen – besteedt Klara du Plessis revelerende passages aan taal en sensualiteit, de “inherent vibrancy that is humanity”. Zij spreekt dan weer over “multilingualism” (Moure), over taal die bij voorkeur tactiel wordt benaderd. Het is overigens in dit essay dat we het linguïstische concept van de tweetalige bundel Ekke geformuleerd vinden, de enige poëziebundel mij bekend waarin Afrikaans en Engels in een afwisselend speelse en intellectuele relatie van translanguaging staan: “One strategy [tegenover het monolinguïsme] is to consistently switch codes between French and English, fluctuating back and forth from line to line. This approach shapes a structural sense of multilingualism, while keeping the reader alert as the tongue slips tardily between different expectations of pronunciation”. Zeer van toepassing op passages in Ekke. En verder: “Moure embraces the Babylonian in life as in literature”. Voor een betekenis-verrijkende combinatie van Engels en Afrikaans, gebundeld in Ekke, verwijs ik voor de belangstellende naar Asymptote, een internationaal online publicatie met aandacht voor vertaling (luister ook naar de voordracht): https://www.asymptotejournal.com/special-feature/klara-du-plessis-three-poems/

texts floating

Wat deze auteur fascineert in het werk van de canonieke Canadese schrijfsters is de wijze waarop zij “a cohesive, poetic feminism” articuleren. Zij doen dat vormelijk op een atypische want niet-lineaire en incoherente wijze. De teksten fluctueren, zoals in het geval van Anne Carsons lyriek. Ze zijn fluïde, laten zich niet gijzelen door een statische positie op het gedrukte blad. In de bijdrage over Robertson spreekt Du Plessis over “the uncontainability of hormones or the nondefinitive, fluid context of hormones away from their negative connotations”. Inderdaad, in dat feministisch referentiekader is het gedicht een hormoon, en dus een expressie van sensualiteit en vibratie. Precies zoals het werk van de auteurs dat zij ontvouwt en in het zingevingsproces oplaadt met betekenissen, streeft Klara du Plessis naar niet-statische lyriek. Ik denk daarbij aan een negatie van Gottfried Benns bekende bundel Statische Gedichte. Zoals in Carsons Float: “a collection of 22 separate chapbooks – essays, long poems, dialogues, translations, lists – to be read in no particular order, guarded in a transparent box, texts floating, so to speak, in their independent status as writing simultaneously together and separate”. Niet enkel heeft deze Zuid-Afrikaans-Canadese dichter de kiem van de bundel Ekke ontleend aan zelf geschreven marginalia in haar boekexemplaar van Carsons Red Doc> (“I find handwriting in the margins marking the sprouts of a poem that will soon be released as my debut collection. I am grateful for that periphery, which let me reach out to my book to be”), zij onderschrijft “a nonlinear timeline of writing” en gelooft, zoals uit een vooralsnog ongepubliceerde dichtbundel blijkt, “[b]uilding a whole from an infinity of smaller, fragmenting wholes”. Of in de zegging van de Vlaamse “postmoderne” dichter Dirk van Bastelaere: “allemaal delen van een geheel dat niet bestaat”.

Het is uitkijken naar het Afrikaanse poëziedebuut van Klara du Plessis. Met unfurl geeft zij de lezer en zichzelf alvast inkijk in de poëticale mindset.

Klara du Plessis, unfurl. Four Essays. Devil’s Whim Occasional Chapbook Series (No. 41), Gaspereau Press Limited, Nova Scotia, Canada, 30 p. ISBN 9781554471997.

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top