Wat zou Marius ervan gedacht hebben? Een herinnering aan Marius de Waal

  • 0

Soms weet je heel duidelijk wat je moet doen. De vraag is alleen of je het doet.

Zo’n moment had ik enkele weken geleden, toen het debat over het taalbeleid aan de Universiteit Stellenbosch weer opflakkerde. Mijn taalminnend hart neigde dan naar vurige verklaringen. Mijn juristenbrein onderscheidde verschillende belangen die met elkaar in conflict kwamen. Het ene of het andere volgen, zou net iets te makkelijk zijn. Beide met elkaar in evenwicht brengen had dan weer iets weg van de steen der wijzen die zoveel alchemisten vruchteloos hebben gezocht.

Marius de Waal

En toch was er een oplossing – even aan Marius vragen. Dat moest ik zeker doen. Tot er iets tussendoor kwam fietsen, en nog iets en nog iets. Tot die trieste donderdag een vriendin uit Stellenbosch eerst liet weten dat Marius op de afdeling intensieve zorg lag, en later die avond moest melden dat hij overleden was.

Het goede voornemen om na covid weer bij te praten op een stoep in Stellenbosch zal onuitgevoerd blijven. De vraag wat Marius ervan zou denken, blijft voortaan hypothetisch.

Bijpraten. Gesprekken. Dat is de rode draad van bijna vijftien jaar gedachtewisseling die begon in de fijne drukte rond het Woordfees van 2007. Een informele kennismaking leidde tot een aangename samenwerking en tot versterking van de academische banden tussen Zuid-Afrika en de Lage Landen. Niet dat De Waal behoefte had aan een internationaal netwerk – het zijne was indrukwekkend. Hij doceerde in Parijs, deed onderzoek in Berlijn en publiceerde in Oxford, met een gemak dat velen verbaasde.

De verleiding zou nu groot zijn om die internationale blik in contrast te zien met zijn inzet voor Afrikaans, die taal die niet op vijf continenten, maar slechts op één enkel wordt gesproken en geschreven. Dat zou een tegenstelling suggereren die er niet moet zijn en ook niet was. Synthese bereik je slechts als er diversiteit is, als het eigene en het vreemde, het plaatselijke en het overkoepelende, het hart en de rede met elkaar in dialoog gaan.

Bijpraten. Gesprekken. Dialoog. Of het bij een ochtendlijke kop koffie in Stellenbosch was of tijdens een uitgelopen lunch in Leuven, keer op keer voelde je de gedachten gewogen worden – niet om hun relativiteit nog wat beter in de verf te zetten, maar om ze hun juiste plaats te geven. Mag ik het zeggen? Ja, hier kan dat wel: hun gerechte plaats. Een gesprek met Marius was een oefening in rechtvaardigheid, een zoektocht naar een precair maar verantwoord evenwicht. Tussen beoefenaars van de verschillende takken van het recht loopt die zoektocht soms moeizaam, maar niet met Marius. Zijn achtergrond in het privaatrecht en de mijne in het publiekrecht wist hij van een obstakel tot een rijkdom te maken.

Precair maar verantwoord evenwicht. Dat was ook zijn zoektocht als het over Afrikaans aan de universiteit ging. Wat willen we? Hoe proberen we onze doelstellingen te bereiken? Ligt het in het vooruitzicht dat dit ook gebeurt? Het waren stuk voor stuk echte vragen, geen retorische handigheden. Open vragen ook, waarop meer dan één antwoord mogelijk was. Noodzakelijke vragen vooral, die verdienden expliciet gesteld en beantwoord te worden, ook wanneer de antwoorden blijk gaven van onzekerheid. Ook wanneer het debat emotioneel werd, schiep Marius plaats voor redelijkheid.

In 2016 werd De Waal de wisselleerstoel van het Tijdschrift voor Privaatrecht toegekend, wat hem voor geruime tijd naar Leuven bracht. Het was een hoogtijperiode voor het smeden van plannen en het verfijnen van ideeën. De oude gedachte een internationaal juristencongres te organiseren waarin Nederlands- en Afrikaanstaligen samen van gedachten zouden wisselen, kwam toen in een stroomversnelling terecht. Een jaar later was het zover. Academische verplichtingen hielden Marius in Stellenbosch, maar hij zorgde ervoor dat zijn universiteit sterk was vertegenwoordigd. Zijn “ernstige berichten” daarover hadden zeker hun effect niet gemist.

Er waren nog zoveel plannen, nog zoveel initiatieven die een ernstig bericht of een zorgvuldige afweging verdienden. We zullen ze niet uit het oog verliezen. Alleen zullen we de zin “even aan Marius vragen” moeten vervangen door “wat zou Marius ervan gedacht hebben?”. En dat doet pijn, van Stellenbosch tot Leuven en ver daar voorbij.

Frank Judo is sinds 2008 voorzitter van de Vlaamse Juristenvereniging en sinds 2012 voorzitter van de Vlaams Zuid-Afrikaanse Vereniging.

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top