“[I]n de ogen van niemand”. Steve Biko in de poëzie van Bert Schierbeek

  • 0

Op 12 september 2017 is het precies veertig jaar geleden dat Steven (Steve) Biko (1946–1977) onder gruwelijke omstandigheden om het leven is gebracht. Nadat Biko in augustus 1977 in Port Elizabeth was gearresteerd en vervolgens “naakt met kettingen aan zijn celvloer [werd] vastgeklonken” (Jonckheere 1999: 184), folteringen moest ondergaan en vervolgens in winterse omstandigheden zonder kleren naar Pretoria was vervoerd, is hij aan hersenletsel overleden. Er was veel te doen over de dood van Biko. Zelfs de Wikipedia-pagina heeft het over de omerta die in apartheidskringen bestond over de eigenlijke doodsoorzaak. Een van de levensbeschrijvingen die een reconstructie van de feiten presenteert, van de hand van Donald Woods (1978), is door het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime verboden. Marja Kroef schreef erover in Onze Wereld (21 (1978) 8, p 39). De ware toedracht is pas aan het licht gekomen tijdens zittingen van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. De moord op Biko heeft ook buiten Zuid-Afrika een golf van verontwaardiging teweeggebracht. In Nederland, zo stelt Wilfred Jonckheere, is vanaf 1977 “antiapartheidspoëzie” op gang gekomen. De arrestatie van Breyten Breytenbach twee jaar eerder en diens veroordeling tot negen jaar gevangenschap waren “een katalysator” voor de militante poëzieproductie tegen apartheid van Nederlandse en Vlaamse schrijvers.

Steve Biko en Bert Schierbeek

Iconische foto’s

In de tentoonstellingscatalogus Goede hoop. Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600 (2017) is een bijdrage gewijd aan wat overkoepelend de antiapartheidsbeweging in Nederland wordt genoemd. Bij “Intermezzo 29”, getiteld “Van Pretoriusplein naar Steve Bikoplein”, staat een iconische foto. Op 21 augustus 1978, zo luidt het onderschrift, is in Amsterdam het Steve Bikoplein ingehuldigd en verdween het naambord Pretoriusplein van de straatgevels. Bij die gelegenheid las de Nederlandse schrijver Bert Schierbeek (1918-1996) een gelegenheidsgedicht voor waarin de gruwelijk om het leven gebrachte antiapartheidsactivist, stichter van de South African Student Association en leider van de Black Consciousness Movement, wordt gememoreerd. Schierbeek was met die daad van verzet gericht tegen de apartheidsregering in Pretoria niet aan zijn proefstuk toe.

Karin Evers, samensteller van De andere stemmen. Portret van Bert Schierbeek (1993), wijdt een kort hoofdstuk aan Schierbeeks antiapartheidsactiviteiten. In 1975, tijdens een ontmoeting met de Zuid-Afrikaanse acteur Anthony Akerman, is naar verluidt de aandacht voor de struggle en dus de strijd tegen rassensegregatie in Zuid-Afrika bij de Nederlandse schrijver ontkiemd. Evers vermeldt een manifestatie in de Amsterdamse Koopmansbeurs waar het Zuid-Afrikaanse dichterscollectief Mayibuye optrad. Deze pionier van de cultuurafdeling van het op dat moment in Zuid-Afrika verboden ANC engageerde Schierbeek als vertaler. Tijdens het evenement las hij volgens Evers een fragment voor uit de vroege bundel De andere namen (1952). In De andere stemmen wordt het fragment als volgt geciteerd:

de jongens lachen de blanken uit de zwarte negerjongetjes
zij steken de tong uit in de film
zure mannen komen en gaan

zij horen niet de tamtam der woelige revoluties de drum der voeten en de sprong van het hoofd uit de kroese haren en zien niet de vlam in de ogen broeien der wraak en het tellen in de harten der velen die zwart zijn en de weinigen wit en niet de witte tanden nemen zij waar die nog als onverwoestbare muren de weg naar binnen bewaken en voeden zij horen niet de grote revolutie die waakt en zal opspringen uit de rode bedden die deze zwarte huiden het onbetwistbaar huis zijn…

De ontmoeting tussen Schierbeek en Akerman leidde niet alleen tot vertaalwerk, maar ook tot toneeluitvoeringen. Met name twee toneelteksten van de Zuid-Afrikaanse dramaturg Athol Fugard zijn vertaald: Verklaringen na een arrestatie onder de immoraliteitswet en Boesman en Lena. De eerste tekst, een “aanklacht tegen de ontuchtwet”, is opgevoerd in 1976 door Poëzie Hardop (met Cocky Boonstra en Wim Kouwenhoven) en Boesman en Lena werd in 1981 geproduceerd door FAct (Rotterdam), met André van den Berg, Joseph Mosikili en Yvonne Petit. Meer gegevens kunnen worden nagelezen in het boek van Karin Evers.

Ook in Wilfred Jonckheeres imagologische studie Van Mafeking tot Robbeneiland (1999) staat een iconische foto van de antiapartheidsbeweging in Nederland. Er is een opname gemaakt van Schierbeeks voordracht van het Biko-gedicht op het gelijknamige plein. De anekdote die gepaard gaat met de voordracht wordt door Karin Evers beschreven. De dichter was naar eigen getuigenis kort voor hij het spreekgestoelte moest beklimmen het manuscript vergeten en stuurde Anthony Akerman naar het lokaal van het politiek-culturele centrum De Populier aan de Nieuwe Herengracht, waar Poëzie Hardop gevestigd was, om een exemplaar van de tekst op te halen.

De gruwelijke moord op Steve Biko heeft in Nederland, waar de velerlei organisaties en verenigingen omvattende Anti-Apartheidsbeweging Nederland (AABN) heel actief was, vooral schrijvers weten te inspireren. Jonckheere citeert het gedicht ”Steve Biko” van Jan H de Groot, in juli 1978 gepubliceerd in het tijdschrift Dimensie (1999: 185), en het meermaals herdrukte verzetsgedicht van Schierbeek (zie verder).

Schierbeek en de antiapartheidsstrijd in Nederland

Bert Schierbeek, zelf lid van het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog, had al eerder zijn weerzin voor de praktijken van het perfide apartheidsbewind onder woorden gebracht. Zo schreef hij in 1975 – het jaar van Breytenbachs arrestatie op beschuldiging van terroristische activiteiten in het buitenland – de “Brief aan Vorster”. De titel van de tekst én van de kortfilm die door Roeland Kerbosch is geregisseerd, refereert aan het bekende gedicht “Brief uit die vreemde aan slagter”, door Breytenbach opgenomen in Skryt. Om ’n sinkende skip blou te verf (1972) en opgedragen aan “Balthasar”, de toenmalige Zuid-Afrikaanse premier Benjamin John Vorster. Voor de aanklacht tegen het apartheidsregime diende Breytenbach zich voor het Hooggerechtshof te verontschuldigen. De “Brief aan Vorster” bleef tijdens Schierbeeks leven ongepubliceerd en is door editeur Karin Evers postuum opgenomen in de afdeling “Verspreid gepubliceerde gedichten” in De gedichten (2004, p 529-536). De film is bekroond tijdens het 20th International Film & Television Festival New York. Schierbeek droeg de ”Brief” voor op vraag van Poetry International (1977), een gelegenheid waarbij een geldinzameling is georganiseerd voor de gevangengezette Breyten Breytenbach (Evers 1993: 93). Jonckheere heeft het over een stencil van vier pagina’s die door Poetry International en de Rotterdamse Kunststichting is uitgegeven.

Ook de gevangenschap van Breytenbach heeft een storm van protest losgemaakt in Nederland. De Zuid-Afrikaanse antiapartheidsmilitant en dichter (“Sestiger”) genoot begin jaren zeventig al “ruime bekendheid” in Nederland (Jonckheere 1999: 171). Het renommee viel toe te schrijven aan een optreden tijdens Poetry International (1971), de uitgave van Skryt in het fonds van Meulenhoff, de vertalingen door Adriaan van Dis en de steun vanuit het periodiek Raster (Hans C ten Berge). Na de veroordeling en de opsluiting in een isoleercel publiceerden Bureau Poetry International en Rotterdamse Kunststichting aan breyten breytenbach (1977), met gedichten van de Nederlandstalige auteurs J. Bernlef, C. Buddingh’, Remco Campert, Gerrit Komrij, Sjoerd Kuyper, Eddy van Vliet en Marcel Wauters. Ook buitenlandse deelnemers aan PI, V. Popa, W. Rendra en J. Rothenberg, tekenden met hun poëzie protest aan tegen het onrecht dat de Zuid-Afrikaanse schrijver is overkomen. Drie jaar later verscheen Vingermaan (1980), een uitgave onder de redactie van Eva Bendien en Rutger Noordhoek Hegt in een productie van Meulenhoff en Galerie Espace. Naast de buiten gesmokkelde gevangenistekeningen van Breytenbach bevat de bundel teksten van Rutger Kopland, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Bert Schierbeek en Hans C. ten Berge. De bijdrage van Schierbeek is het driedelige ‘Voor Breyten Breytenbach” (p 23-25), postuum opgenomen in De gedichten (p 576-580).

Hetzelfde jaar stelde Manuel Kneepkens de gelegenheidsuitgave Schrijvers tegen apartheid (Den Haag, 1980) samen. De publicatie is de neerslag van een avondmeeting in De Waag (Leiden) waar de antiapartheidsgroep Boycot Outspan Aktiecomité in december 1979 dichters samenbracht. Die bijeenkomst wordt een hoogtepunt genoemd van het verzet van de Nederlandse literaire wereld tegen apartheid (Jonckheere 1999: 185-186). Deelnemers zijn JB Charles, Piet Cramer, Louis Ferron, Huub Oosterhuis, Bert Schierbeek en Simon Vinkenoog. Ook Frank Martinus Arion en de ballingen Vernon February en Mazisi Kunene namen deel aan het optreden. Schierbeek las ook daar, na de bijeenkomst op het Steve Bikoplein, zijn Biko-gedicht voor.

In 1982 is daarnaast ook de bundel Vastberaden op weg. Vrouwenverzet in Zuid-Afrika (Utrecht) uitgegeven. De antiapartheidsbeweging in Nederland was ondernemend en stak met protestacties, voordrachten en boycotactiviteiten een hart onder de riem van de Struggle die in Zuid-Afrika in alle hevigheid werd gevoerd en met harde hand is onderdrukt.

Schierbeek en Biko

De meest expliciete, niet-literaire bijdrage van de hand van Schierbeek gericht tegen apartheid is in 1980 door NOVIB als stencil (zes pagina’s) uitgegeven. NOVIB staat voor de Nederlandse Organisatie voor Internationale Ontwikkelingssamenwerking met als secretariaat de AABN. De eerste alinea van de Engelstalige bijdrage gaat als volgt:

It was with great approbation that I read the paper, Culture and Resistance in South Africa, presented by my friend Kgositsile at the Culture and Resistance Symposium in Gaborone. Quite rightly, he says that resistance must be united, but that doesn’t mean that [must] be less diverse.

Schierbeek noemt apartheid “based on the age-old principle of divide and rule”. Het politieke systeem dat volgens een verdeel- en heersprincipe bestaat, “isn’t unique to South Africa”. Ook de Indianen in Noord- en Zuid-Amerika en de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn het slachtoffer van dergelijke perverse politieke systemen. Schierbeek citeert de leider van ANC, Oliver Tambo, die iedereen opriep – ook schrijvers – in het verzet te participeren. In een tweede deel van zijn referaat, dat aanvangt met de vaker geciteerde uitspraak “bombs and bullets explode only once and a poem explodes over and over again”, verwijst de auteur naar Picasso’s Guernica, teksten van Günter Grass en ook Lucebert, Multatuli (Max Havelaar) en W.F. Hermans (De tranen der acacia’s).

De naam Steve Biko wordt niet genoemd in het schotschrift. Ook in het Biko-gedicht wordt de vermoorde antiapartheidsactivist niet met naam genoemd. Alleen de titel is expliciet en duidt de apostrof aan. Er wordt een jij-figuur aangesproken waarin we de burgerrechtenactivist herkennen. Indien de lectuur referentieel wordt ondernomen, zijn de verwijzingen naar de erbarmelijke omstandigheden waarin Biko om het leven kwam duidelijk. Drie strofen eindigen met de regel “in de ogen van niemand”. Niemand, noch de politie noch de dokter, erkenden de folteringen die Steve Biko in gevangenschap heeft ondergaan.

je werd niet doodgeslagen
vermoord door niemand
de laarzen die je trapten
daarin stonden de benen
van niemand

Er is in Schierbeeks gedicht sprake van “geheel uit / de doeken gedaan / gevonden en verder niets” (naakt vastgeketend) en tot tweemaal wordt “je geopende mond” vermeld (gebaseerd op de foto van de vermoorde Biko). De strofe “als de jeep passeert / voor dovemans oren / kraait er geen haan” kan verwijzen naar het geheime transport van PE naar Pretoria.

De dode wordt aangesproken “als in een begrafenisrede” (Jonckheere 1999: 184). Anthony Akerman belicht in een bijdrage over Schierbeek en Zuid-Afrika in Bzzlletin (1978) dit gedicht. Het is zonder meer een van de meest beklemmende Biko-gedichten die ik ken, met een nog overweldigender effect dan de popsongs van Peter Gabriel, Simple Minds en A Tribe Called Quest. De tekst van Schierbeek is overigens in verschillende publicaties opgenomen, maar niet gebundeld in een poëzie uitgave van Schierbeek. In De gedichten worden de volgende bronnen vermeld: Gedichten voor 1978 (red. Huub Oosterhuis en Ton van der Stap, 1977), Bzzlletin (1978), De Vlaamse Gids (1978), Helemaal goed komt het nooit: teksten over de toekomst van o.a. Bertolt Brecht en Lucebert (red. Huub Oosterhuis, 1978) en Steve Biko (De Vier Seizoenen, Groningen, 1988). In twee publicaties komt een variant voor.

Ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van Biko’s overlijden en twintig jaar na de dood van Bert Schierbeek haal ik het hier weer voor het voetlicht.

Steve Biko

jij bent dood
je woorden
(vrede ingebed)
liggen in het gat
van je geopende mond

een spiegel
een achterkant
zonder echo

eindelijk in het thuisland
van iedereen

de bevroren hand
van de gesneuvelde
steekt uit boven het
kapitale slagveld

daarboven laten ze vliegers op
met het touw waaraan jij niet hing

een betrekking
tussen vorm en wind
in het licht van niets

je werd niet doodgeslagen
vermoord door niemand
de laarzen die je trapten
daarin stonden de benen
van niemand

als ’t heel even regent
in de woestijn
bloeit de roos verder
in de ogen van niemand

je viel van zelf om
in de ogen van niemand

uit het raam gevallen
je gesneden aan glas
laten ze vliegers op
touw slijt niet gauw
in de ogen van niemand

als de jeep passeert
voor dovemans oren
kraait er geen haan

je werd geheel uit
de doeken gedaan
gevonden en verder niets

staat het woord stil
in de spiegel van je
geopende mond

Bert Schierbeek, De gedichten (2004: 561-562)

Epiloog

Bert Schierbeek las volgens het relaas van Karin Evers het Biko-gedicht voor in Pretoria en in aanwezigheid van Marlene van Niekerk aan de Universiteit van de Witwatersrand in Johannesburg. Het optreden aan de apartheidsgezinde Randse Afrikaanse Universiteit is naar verluidt veel minder gesmaakt (Evers 1993: 92). Na het opheffen van de culturele boycot in de jaren negentig bracht Schierbeek in 1992 op uitnodiging van het Amsterdamse Komitee Zuidelijk Afrika en het Zuid-Afrikaanse Vrye Weekblad een bezoek aan het festival “Breaking the barriers / Breek af die mure” in Johannesburg en Kaapstad. Hij maakte deel uit van een Nederlandse delegatie, met onder anderen Freek de Jonge, die de culturele banden met Zuid-Afrika en de kunstenaars ter plaatse wilde aanhalen. Het land verkeerde toen in een transitieperiode na de vrijlating van Mandela en voor de eerste democratische verkiezingen van april 1994. Schierbeek was in die woelige tijd aanwezig in Zuid-Afrika.  

Bronnen

Karin Evers, De andere stemmen. Portret van Bert Schierbeek. De Bezige Bij, Amsterdam, 1993.

Wilfred Jonckheere, Van Mafeking tot Robbeneiland. Zuid-Afrika in de Nederlandse literatuur 1896-1996. Vantilt, Nijmegen, 1999.

Roeland Muskens, ‘Nederland tegen apartheid: “Stop de negervervolging in Zuid-Afrika!”’, in: Martine Gosselink, Maria Holtrop en Robert Ross (red.), Goede hoop. Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600. Rijksmuseum/Vantilt, Amsterdam/Nijmegen, 2017, p 301-315.

Bert Schierbeek, Apartheid. NOVIB, Amsterdam, [1980].

Bert Schierbeek, De gedichten. Karin Evers (ed.). De Bezige Bij, Amsterdam, 2004.

Met dank aan Corine de Maijer van het Zuid-Afrikahuis (Amsterdam) en aan Poëziecentrum (Gent). Voor deze bijdrage is dankbaar gebruik gemaakt van de Biko- en Schierbeek-documenten in de bibliotheek en het archief van de Stichting Zuid-Afrikahuis Nederland.

Foto van Bert Schierbeek: Wikipedia (Nationaal Archief Fotocollectie, ANEFO)
Foto van Steve Biko: Wikipedia

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top