Vlakwater door Ingrid Winterbach: boekbespreking

  • 0

Ingrid Winterbach is een van die Suid-Afrikaanse skrywers wat aan die einde van September by die Week van de Afrikaanse Roman gaan optree. Hier is nog inligting oor die fees.

Hierdie boekbespreking van Vlakwater word gepubliseer vir lesers wat reeds die boek gelees het. Die artikel mag sekere inligting bevat wat kinkels in die verhaal verklap.

Vlakwater
Ingrid Winterbach
Human & Rousseau
ISBN: 9780798170475

“Sy was bang vir die berg. Sy wou nie daarna kyk nie. Die berg was oral.” – over Charelle Koopman die van de westkust verhuist naar Kaapstad om er fotografie te studeren

Ingrid Winterbach zet de lezer op het verkeerde been door haar roman Vlakwater te noemen. Niets is vlak in het boek. De emoties, de relaties, de landschappen bereiken onpeilbare hoogtes en laagtes. Zij kolken alsmaar door en geven de lezer geen houvast, zelfs niet na het omslaan van de laatste bladzijde. Is de lezer nu in het ootje genomen? Helemaal niet. Integendeel, hij krijgt het goede gevoel dat Viktor Schoeman hem gestolen kan worden en dat een leven zonder al die kuiperijen best de moeite loont.

Vlakwater is een enigmatisch boek. Ontspannen doet het niet echt. Het houdt de lezer scherp. Hij moet zijn voelsprieten voortdurend uitsteken om toch een minimum aan logica te ontdekken. Er komen veel personages met hoekige kanten voor, maar er zijn er drie die uit de band springen omdat ze totaal verschillend zijn.

De ik-persoon roeit met de riemen die ze heeft. Haar hazenlip maakt het niet gemakkelijk om sociale contacten te leggen maar ze stoort zich daar al lang niet meer aan. Ze leeft in haar eentje en is druk in de weer – zelfs gedreven kan je zeggen – om haar monografie over de Olivier-tweelingbroers, moderne meesters van de stop-action film, af te werken. Toch is er één geliefde vriend in haar leven: Willem Wepener, die haar heeft aangezet om de monografie te schrijven. Al in het eerste hoofdstuk van Vlakwater, wanneer zij en Willem in het rauwe achterkamertje van een begrafenisonderneming afscheid nemen van hun overleden vriend Jacobus, worden de onderlinge relaties en de reden van het hartzeer wazig. Er gebeurt iets schokkends. Terwijl zij in het dorp een kopje koffie drinkt, wordt Buks Verhoef, bemind dorpskunstenaar, die aan de overkant van de lange tafel zit, doodgeschoten. Zij snelt hem ter hulp maar hij is in het hart getroffen en sterft in haar armen.

Niek Steyn heeft niets te maken met de ik-persoon die haar spoor doorheen de hoofdstukken trekt. Niek het zijne, parallel aan het hare – dat denk ik toch. Hij heeft een kortstondig huwelijk achter de rug. De afgelopen zeven jaar heeft hij een verhouding gehad met Isabel. Na hun reis van de laatste kans naar New York is deze verhouding nu ook definitief gestrand. Om opnieuw te starten heeft Niek een huis gekocht in Tamboerskloof. Hij schildert niet meer, hij tekent nu en werkt hoofdzakelijk driedimensionaal. In zijn nieuwe woning verhuurt hij een kamer aan Charelle Koopman, die niet veel ouder is dan twintig. Charelle is van Veldenburg aan de westkust naar de Kaap gekomen om er fotografie te studeren op de Skiereiland Kunsakademie. Zij heeft alles in zich om hoge toppen te scheren als kunstfotografe. Maar de kolossale berg blijft haar angst inboezemen. Het loopt dramatisch met haar af.

De berg blijft Charelle angst inboezemen (I am Cape Town, timelapse-video, Brendon Wainwright, 2015)

Vlakbij Niek woont Marthinus Scheepers, die opvalt door zijn grote, harmonieus gebeitelde kop en zijn edele gelaatstrekken. Niek en Marthinus komen toevallig met elkaar in contact doordat een varken van Marthinus in de tuin van Niek is geraakt. Geen bad luck. Het klikt tussen beide mannen. Marthinus is tuinier, varkenshoeder, opzichter en huisman, rollen die alleen maar verbergen dat hij op een bepaald ogenblik zijn leven drastisch heeft vereenvoudigd. Nochtans leeft hij niet als kluizenaar want hij houdt er een uitgebreid netwerk van contacten op na, met vertakkingen tot in de utopische nederzetting van verstotelingen, die hun oor tegen de grond leggen en perfect op de hoogte zijn van alles wat ondergronds gebeurt.

Op de ik-persoon, die al bij al toch een doel nastreeft in haar leven, op Niek, die moeilijk knopen kan doorhakken, en op de kritisch realistische Marthinus schraagt het ganse verhaal.

In de roman waart ook een spook rond: Viktor Schoeman, over wie de wildste geruchten al de ronde doen in hoofdstuk 2, maar die pas in hoofdstuk 26 uit het schimmenrijk verdwijnt wanneer Niek hem opmerkt in het koffiehuis waar Buks Verhoef is doodgeschoten. Die overgang van latente naar manifeste aanwezigheid van de schurk is een bravourestuk van de auteur, een stijlelement dat ik nog in geen enkele andere roman of film ben tegengekomen. Er is nog iets wat ik tergend langzaam besef. Viktor Schoeman is spoorloos verdwenen op het eind van de jaren negentig. Ondergedoken? Elders een nieuw leven begonnen? Een poos voor zijn verdwijning is hij nog op zoek gegaan naar een uitgever voor zijn nieuwe boek Vlakwater – ben je nog mee? – ruwweg te omschrijven als “Iets tussen Flaubert en daardie gruwelik verstommende Chileen, Bolaño. Dieselfde grusame en sinnelose geweld, dieselfde raaiselagtige dead ends en onopgelosthede en brutale poëtiese spronge.” Die uitgever is nooit gevonden. Toen heeft Niek (jawel) fors geïnvesteerd in het project en heeft hij zich zelfs geëngageerd om de boeken op te slagen en door te zenden wanneer er iemand naar vroeg. Sedertdien is de vriendschap fel bekoeld en is het zover gekomen dat Niek Viktor helemaal niet meer wil zien. Meer vertel ik hier niet over, want Vlakwater van Ingrid Winterbach (niet van Viktor Schoeman) is ook een geweldig spannend boek.

Naast de hoofdpersonen zijn er nog vele figuranten, die allemaal een tik van de molen hebben gekregen. Markus Olivier, vader van de Olivier-broers: hij is controversieel, confronterend en zelfs gewetenloos. Karlien Meyer, studente van Niek in de kunstschool, een uitdrukkingsloos blond kind dat zich aangetrokken voelt tot satanisme, en haar moeder Mignon, de eerste vrouw met wie Niek slaapt na het vertrek van Isabel. Jan Botha, een andere student, die een job heeft in het Soutrivier-lijkenhuis. Op de koop toe nog drie ontsnapten uit een“hoësekuriteit-psigiatriese inrigting” – hier vind ik geen Nederlands woord dat zo mooi klinkt als het Afrikaanse. Het is niet moeilijk om het lijstje nog langer te maken, maar het is wel duidelijk dat dit zootje borg staat voor heel wat gebakkelei en onvoorspelbare intriges.

Vlakwater is zoals het frame van Kris Martin, Altar (Oostende, 2014), dat de strandwandelaar een blik geeft op de vlakke zee, die allesbehalve vlak is (foto: Herman Meulemans).

In Vlakwater is er veel ruimte om te interpreteren. Met uiterste precisie bepaalt Ingrid Winterbach de grenzen van die ruimte. Het zou me niet verwonderen dat zij, hoe contradictorisch het ook klinkt, formele logica van het soort dat Wittgenstein ontwikkelde aanwendt om vrije interpretatieruimte te creëren. Uiteindelijk moet de lezer in staat zijn de vele stukjes van de puzzel bij elkaar te doen aansluiten. Als er enkele stukjes niet passen, dan is dat niet erg en voelt de puzzelaar zich toch beloond omdat het plaatje duidelijk genoeg is. Vlakwater is een woelig boek dat me blijft intrigeren. Vooral omdat de puzzel niet helemaal aansluit en er vragen op een antwoord blijven wachten.

Andries Visagie en Marietjie Lambrechts hebben al eerder dan ik ontdekt dat Ingrid Winterbachs Vlakwater een meesterwerk is:

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top