Kamikaze deur Rudie van Rensburg: Nederlandse recensie

  • 0

Kamikaze
Rudie van Rensburg
Uitgewer: Queillerie
ISBN: 9780795801303

*Spoiler alert: Hierdie bespreking mag dalk sekere kinkels en intriges verklap; lees op eie risiko.*

De nieuwe krimi van Rudie van Rensburg – onlangs uitgegeven door Queillerie – werkt verslavend. Tweeënzestig hoofdstukken slingeren de lezer van de Nuweland-politieafdeling in de West-Kaap, de veiligheidsdiensten, de Islamitische Broederschap, naar de wapenhandel, de medicijnenmaffia en legendarische spionnen uit het verleden. Het is alsof je in elk hoofdstuk een shot krijgt, wat je dwingt onmiddellijk de bladzijde om te slaan en verder te lezen. Maar je geduld wordt erg op de proef gesteld want het is pas in hoofdstuk 54, jawel, dat de oude rot Kassie Kasselman van de SAPD in een koffieshop achterhaalt wie de huurmoordenaar is. Zodra deze gruwel met zijn wazige, kleurloze, ijskoude ogen in beeld komt, valt de puzzel plotseling in elkaar en krijgt de lezer een geweldige aha-erlebnis. De plot is erg spannend. De auteur bouwt die spanning ook op binnenin de hoofdstukken. Hij laat ze uiteenvallen in twee, soms drie, een enkele keer nog meer deeltjes en laat dan telkens een ander personage aan het woord, zoals in een caleidoscoop die de lezer verrast met een wirwar van veelkleurige elementen. Patronen worden daarin pas veel later herkend. Deze schrijfstijl voert de spanning enorm op. De titel van het boek, Kamikaze, verwijst naar de huurmoordenaar, Pion, zo genaamd omdat hij bij elke moord een schaakpion bij het lijk achterlaat.

Pion is geen kamikaze in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Hij is archislecht, obsessief, verdorven tot in zijn diepste vezels, totaal anders dan de Japanse vliegeniers uit de Tweede Wereldoorlog. Omdat hij mateloos jaloers was op de vriend van zijn moeder, vermoordde hij, net zestien geworden, zijn moeder en liet haar onherkenbaar verminkt achter. Huurmoordenaar of seriemoordenaar? Van Rensburg staat geregeld stil bij het technische onderscheid tussen beide types. Maar Pion is zowel huur- als seriemoordenaar. Hij werkt voor grof geld voor opdrachtgevers. Maar de kanker die hem van binnen opvreet dwingt hem steeds verder te gaan. Telkens weer daagt hij de politie uit. Wanneer hij op het punt staat zijn negenendertigste slachtoffer om het leven te brengen met de bastinadomethode en Kassie Kasselman hem op het spoor is, verhangt Pion zichzelf. Hij doet dat op demonische wijze, met onaardse geluiden, waanzinnig gerochel en verwrongen gelaatstrekken in de kamer van zijn huis in Bellville, waar hij voor elk slachtoffer een map bijhield met precieze informatie over de persoon, het hoe (altijd zonder bloed) en het achtergelaten schaakstuk. De lange reeks moorden speelt zich natuurlijk niet af in het boek; zij bestrijken de hele criminele loopbaan van Pion. In het boek zelf gaat het over drie moorden.

De eerste is die op freelance onderzoeksjournalist Fred Smuts, die de afgelopen twee jaar veel heeft rondgereisd in Afrika. Hij tracht het circuit bloot te leggen van grijze medicijnen, die gevaarlijk zijn voor menselijk gebruik en willens en wetens worden geproduceerd om geld te kloppen uit onwetende mensen. Smuts is volop bezig met het ontrafelen dat Prins Pharmaceuticals onder de dekmantel van zijn wettelijke producten ook een circuit heeft opgezet van grijze medicijnen, met connecties tot ver buiten Zuid-Afrika. Het lijkt dat de journalist zelfmoord heeft gepleegd, maar Pion heeft alleen maar die indruk gewekt. Een nylontouw zit diep in het nekvel van Smuts. Hij hangt roerloos aan een stevige balk. Op de vloer is zijn stoel omgevallen. In zijn hemdzakje zit een pion.

Moos Uys is geheim agent, een jonge dertiger die elke dag hoopt op zijn doorbraak bij het Staatsveiligheidsagentschap. Hij verdenkt Suleiman Khan, die onopvallend leeft in de Bo-Kaap, ervan banden te hebben met Islamitische extremisten. Suleiman Khan ontmoet ook Naas Kuyler, die directeur is van Kadinsky Dynamics, een filiaal van de wapenreus Denel, en ook de adjunct-minister van verdediging. Moos Uys ziet in deze contacten een regelrecht complot van de Islamitische Staat-beweging. Weer lijkt het dat Moos Uys zelfmoord heeft gepleegd. Een nylontouw zit vast aan de reling van het balkon en rond de nek van het slachtoffer, die zonder tegenstribbelen over de reling klimt en alleen een klein duwtje nodig heeft om naar beneden te tuimelen. In zijn hemdzakje zit een pion.

De derde moord die zich afspeelt in Kamikaze is die op Louisa Maritz, een uitzonderlijk aantrekkelijke vrouw, verleidelijk, avontuurlijk en intelligent. Ooit won zij de lotto en sedertdien heeft zij het ruime sop gekozen. Haast toevallig komt zij in het vaarwater terecht van geheim agent Moos Uys. In haar ziet hij het evenbeeld van de beeldschone nazi-spionne Sophie Kukralova. Samen met haar worden zijn moeilijkste opdrachten kinderspel. Maar voor Louisa Maritz pakt het ook anders uit: Pion sluipt binnen in haar luxe-flat, bespringt en wurgt haar in haar bed, en laat er zijn handelsmerk achter. Hij is in opperste staat van opwinding nu hij voor het eerst sedert zijn moeder een vrouwelijk slachtoffer heeft terechtgesteld.

Van Rensburg lost maar in heel dunne schijfjes informatie over het verband tussen de drie moorden. Je vraagt je voortdurend af wat die gruwelijke moorden met elkaar te maken hebben en het ergert je dat de plot versluierd blijft tot bijna het einde van het boek. Voortdurend hoor je echo’s die je als lezer in de war brengen, maar het dal waar die echo’s ontstaan blijft onvindbaar. Tot uiteindelijk duidelijk wordt dat er binnen de staatsveiligheid, de SSA, vreemde krachten in het spel zijn, krachten die nog een uitweg zoeken uit de apartheid van de jaren tachtig van de vorige eeuw, maar die ook nog altijd hun politieke stempel willen drukken in het nieuwe Zuid-Afrika. Kan de moordenaar dezelfde zijn als degene die het vuile werk deed voor de toenmalige veiligheidspolitie, destijds misschien wel de krachtigste lobby om de politieke oproer te onderdrukken en het apartheidsstelsel in stand te houden?

Tussen al deze intriges door, is het voor de lezer een ware verademing om kapitein Kassie Kasselman geregeld te zien opduiken, kriskras doorheen de hoofdstukken. Er gaat geen hoofdstuk voorbij of hij doet zijn zegje, terwijl hij zijn Lucky opsteekt. Hij doet me denken aan Maigret, de rustige Franssprekende detective die van zijn pijp houdt en door de Belgische schrijver Georges Simenon is gecreëerd. Kassie Kasselman is als negentienjarige bij de politie gaan werken. Onder een façade van onbeholpenheid zit zijn vlijmscherp brein en zijn ijzeren wil om de moeilijkste zaken op te lossen. Hij heeft een aangeboren flair om misdaad op te sporen en te gaan rondsnuffelen op plekken waar andere speurders niet eens op letten. Wanneer zijn laatste opdracht erop zit, verlaat Kasselman de dienst. Het is welletjes geweest. Hij heeft het drieëndertig jaar goed voorgehad met de politie van de West-Kaap.

Voor mij is Kassie Kasselman de hoofdrolspeler in Kamikaze. Op een subtiele manier slaagt Rudie van Rensburg erin om deze onopvallende politieman de uitstraling te geven van een misdaadbestrijder met heel sterke intuïtie, doortastend wanneer hij het onrecht in de ogen ziet, maar rustig en mild in zijn omgang met collega’s, en bovendien met een groot verantwoordelijkheidsbesef voor het corps. Kassie Kasselman maakt indruk. Zijn beschrijving is voor mij het meest beklijvende in Kamikaze, een tour de force van Rudie van Rensburg.

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top