‘Gij zult zijn naam niet ijdellijk gebruiken’
‘Maar waarom wilt u niet naar de studio komen?’ De stem van de redacteur van het radioprogramma klinkt oprecht verbaasd, ongelovig en half verontwaardigd. Hij is de derde programmamaker die belt binnen een tijdsbestek van 20 minuten. Is Nelson Mandela dood dan? Nee, Nelson Mandela is niet dood en het is onduidelijk hoe lang zijn ziekbed deze keer zal duren. Het werkt nu eenmaal zo in de mediawereld dat je ruim van tevoren moet beginnen om op het moment dat het nodig is, met een goed verhaal te kunnen komen. Dát respecteer ik. Maar waarom wil ik, als hoofdredacteur van Maandblad Zuid-Afrika, dan toch niet met mijn kop op tv?
Ook bij het Zuid-Afrikahuis (ZAH) in Amsterdam staat de telefoon die ochtend roodgloeiend. De verslechterende gezondheidstoestand van Mandela is nieuws, ook in Nederland. Uiteindelijk besluit de onvolprezen Corine de Maijer, bibliothecaresse bij het ZAH en redactieassistente van het Maandblad, mijn voorganger te bellen, Bart de Graaff. Ja, we kunnen de telefoontjes naar hem doorsluizen; hij zal de pers te woord staan. Ik haal opgelucht adem. Een paar uur later zie ik een andere journalist, Bart Luirink, hoofdredacteur van ZAM Magazine, een blad dat is voortgekomen uit de vroegere anti-apartheidsbeweging, tijdens een journaaluitzending uitleggen wat Nelson Mandela’s betekenis voor Zuid-Afrika en de wereld is geweest. Ja, denk ik, deze twee mannen hebben zich het recht verworven om over Madiba te praten; ik (nog) niet.
Het redacteurtje van het radioprogramma begrijpt er niets van. Ik hoor de irritatie en de minachting in zijn stem. Weet ik dan zo weinig van Nelson Mandela af? Nee, dat is het niet. Ik kén mijn feiten. En ik heb zoveel respect voor Mandela, dat ik zijn naam niet lichtelijk wil gebruiken. Als het redacteurtje wist wat ik wist, en de rust nam om daarbij stil te staan, zou hij misschien ook niet zo luchthartig de telefoon oppakken voor gewoon nóg een nieuwsbericht, zoals hij dat elke dag doet.
In de jaren tachtig, toen progressief Nederland de straat op ging om te demonstreren tegen het apartheidsbeleid, was ik nog te jong om goed te beseffen waar het over ging. Ik heb wel, in de jaren 1993-1996, de overgang naar het nieuwe Zuid-Afrika van dichtbij mogen meemaken. En ik heb Nelson Mandela één keer in het echt gezien, tijdens het eerste 46664-concert in het oude Groenpunt Stadion. Maar de Nederlanders die er in de jaren zeventig en tachtig al bij waren, met hun boycotacties en hun picket lines voor de Zuid-Afrikaanse ambassade, hebben, wat mij betreft, op dit moment een streepje voor. Zij praten van binnenuit over ‘hun’ Madiba.
Eén van hen is politicus Ed van Thijn (1934). Van Thijn was van 1983 tot 1993 burgemeester van Amsterdam en tijdens zijn ambtsperiode werd de stad uitgeroepen tot ‘anti-apartheidsstad’. Het hoogtepunt uit zijn politieke carrière kwam in 1990, toen hij Nelson Mandela tijdens diens eerste buitenlandse reis ná zijn vrijlating mocht introduceren bij de duizenden belangstellenden die op het Leidseplein waren samengedromd om een glimp van hún held te kunnen opvangen.
Van Thijn is vanaf de jaren zestig betrokken geweest bij de Nederlandse anti-apartheidsbeweging. Die betrokkenheid is niet verwonderlijk, als je weet dat Ed van Thijn, met zijn joodse afkomst, een ‘oorlogskind’ was. Een groot deel van zijn familie is tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers vermoord. Zelf heeft hij zich, als klein jongetje, schuil moeten houden op wel achttien verschillende onderduikadressen. Ook werd hij tot twee keer toe gevangengezet in het doorgangskamp Westerbork, maar als door een wonder heeft hij de oorlogsjaren overleefd. Vanwege zijn eigen oorlogservaringen voelde hij een intense afwijzing jegens elke vorm van discriminatie of racisme. En hij zag een duidelijke overeenkomst tussen de rassenleer van Hitler-Duitsland en het apartheidsdenken; beide ideologieën beschouwde hij als verwerpelijk, gebaseerd op hetzelfde onderscheid tussen ‘Übermensch’ en ‘Untermensch’.
Zijn kennismaking met Nelson Mandela heeft diepe indruk op hem gemaakt. Vanaf 1990 zouden ze elkaar een paar keer ontmoeten. Maar het meest memorabel was toch wel die eerste ontmoeting op het Leidseplein. Jaren later kan hij er nog steeds smeuïg en met zichtbaar plezier over vertellen. Wat hem van die massabijeenkomst echter vooral bij is gebleven, is Mandela’s toespraak. Niet alleen in zijn eigen land, Zuid-Afrika, maar ook op zijn eerste buitenlandse reis bracht Mandela – die onlangs na 27 jaar was vrijgelaten uit de gevangenis – een boodschap van verzoening. ‘We hadden’, zegt Van Thijn als ik hem interview voor Maandblad Zuid-Afrika, ‘verwacht dat hij met een geweldige wrok naar buiten zou komen. Ik had veel bewondering voor die verzoenende woorden, en ik besefte ook meteen hoe uniek dat was.’
Het was die verzoenende boodschap waarmee Nelson Mandela het leven van de Amsterdamse burgervader voorgoed zou veranderen. Dat bleek jaren later, toen Van Thijn uitgenodigd was voor een herdenkingsbijeenkomst in Westerbork. Het was – zo’n zestig jaar na het einde van de oorlog – voor het eerst dat er ook een voormalige SS’er bij de plechtigheid aanwezig zou zijn. Van Thijn had aangegeven dat hij die man, die misschien wel het transport van honderden joden naar de gaskamers in Auschwitz op zijn geweten had, níet wilde ontmoeten, en de organisatie deed er dan ook alles aan om de twee – slachtoffer en beul – uit elkaar te houden. Maar terwijl ze in twee zorgvuldig gescheiden kamers thee zaten te drinken, voelde Van Thijn plotseling een onbedwingbare drang om op te staan en de oud-SS’er een hand te geven.
‘Luchtte dat op?’ wilde ik weten. ‘Werd het daardoor in het vervolg makkelijker om de confrontatie met de voormalige vijand aan te gaan?’
Van Thijn dacht even na. ‘Nee’, zei hij toen beslist. ‘Ik denk niet dat ik ooit een streep kan zetten onder mijn herinneringen aan de oorlog. Om die man een hand te geven, was een behoefte die ik helemaal niet had voorzien. Dat was de hete adem van Mandela.’
Het is dan ook niet in zijn eigen leven, dat de invloed van Mandela zich het sterkst laat voelen. Van Thijn heeft dit voorval op verschillende plaatsen beschreven en ook in interviews komt hij er regelmatig op terug. Zo geeft Van Thijn Nelson Mandela’s boodschap van verzoening door aan de mensen die ná hem komen: slachtoffers van andere oorlogen, maar ook kinderen van oorlogsmisdadigers, die gebukt gaan onder de last van het verleden. Mandela’s woorden kringen uit en brengen hoop, liefde en respect voor de mensen in Zuid-Afrika, in Nederland, en overal ter wereld waar ze nodig zijn. Het zijn mensen als Ed van Thijn die ze verinnerlijkt hebben en van wie we iets wezenlijks over Madiba’s betekenis kunnen, en mogen, leren.
Daarom weiger ik om luchthartig over meneer Mandela te praten.
Ingrid Glorie is hoofdredacteur van Maandblad Zuid-Afrika.

