Archieffoto’s: een nieuw pad om te dekoloniseren

  • 1

Titel: Photography and history in colonial Southern Africa: Shades of Empire
Auteur: Lorena Rizzo

Uitgever: London and New York, Routledge, 2019, 278 p. Serie: Studies in the Modern History of Africa
ISBN: 9781138343016 (ook verkrijgbaar als eBook)

In Nederland zijn er de afgelopen maanden heel wat facetten van het huidige Zuid-Afrika in beeld gebracht. Ilvy Njiokiktjien, Melinda Stuurman, Leonor Faber-Jonker, Katharine Cooper, Ad van Denderen en Lebohang Tlali hebben het Zuid-Afrikaanse leven even doen stilstaan op hun prachtige, vaak ontroerende foto’s, die tentoongesteld werden in Amsterdam, Hilversum en Rotterdam. Hun collecties waren een lust voor het oog. Zonder uitzondering vertelde elke foto over wat er nu te doen is in Zuid-Afrika nu het stadium van alleen maar de hoop al lang voorbij is; over de echte toekomst van de regenboognatie.

Zopas is het magistrale, lang verwachte boek Photography and history in colonial Southern Africa. Shades of Empire van Lorena Rizzo uitgekomen. Het boek bestudeert de relatie tussen fotografie en geschiedenis in koloniaal Zuidelijk-Afrika. Het keert de bekendste fotografische archieven in Zuid-Afrika en Namibië binnenstebuiten om te reflecteren over fotografie, om het verleden letterlijk te doen herleven en om geschiedenis van een andere soort te schrijven. Ik heb het boek van Lorena Rizzo met ingehouden adem gelezen. Het is moeilijk onder woorden te brengen hoe diep de auteur graaft en hoe haar historische foto’s ons de weg wijzen naar de echte toekomst van Zuid-Afrika.

Het medium van de fotografie is in Zuid-Afrika geïntroduceerd in het midden van de jaren 1840, maar de fotocollecties die Rizzo in haar onderzoek opneemt, hebben betrekking op het einde van de 19e eeuw en de 20e eeuw, tot in de jaren 1960.

Lorena Rizzo verricht grensverleggend onderzoek op het terrein van de visuele geschiedenis en esthetiek in koloniaal Zuid-Afrika en Namibië. Zij was visiting scholar aan de Universiteit van Wes-Kaapland, postdoctoraal navorser aan de Universität Bielefeld, associate fellow en Oppenheimer Fellow aan Harvard University. Thans is zij als associate researcher en lecturer verbonden aan het Centre for African Studies aan de Universiteit van Basel in Zwitserland.

Hoe mensonwaardig het is om onderdrukt te worden door een koloniale macht, bewijst Rizzo met de kracht van historische foto’s. Zij laat niets aan het toeval over. Met uiterste zorg en precisie ontleedt zij beelden, plaatst beelden in hun context en reflecteert over hun actuele relevantie. Haar verwondering is groot bij elke foto die ze aantreft in een archief, bij elk brokstuk van het verleden, maar nog fundamenteler is haar kritische zin.

Zij verdiept zich in wat een schurkengalerij kan worden genoemd, maar wat in feite het fotografisch politie-album is dat in 1911-1913 werd samengesteld door het Kaiserliche Gouvernement van Duits-Zuidwest-Afrika in Windhoek. In de nasleep van de Koloniale Oorlog van 1904-1908 waren foto’s van Duitse koloniale soldaten en hun heldendaden erg gewild voor oorlogspropaganda, maar dat gold evenzeer voor foto’s van de gruwel, de genocide, de concentratiekampen.

Het politie-album had een veel praktischer nut. Het was uitermate geschikt om de lokale bevolking onder de knoet te houden. Rizzo doet een beroep op het concept assemblage, ontwikkeld door Gilles Deleuze en Félix Guattari, om te analyseren hoe in het politie-album verschillende elementen, foto’s en ander materiaal, op elkaar worden betrokken. Het enige doel van de assemblage is het identificeren van ongure figuren, mensen met een twijfelachtige reputatie, beroepsgangsters, criminelen die beter uit de kolonie worden gedeporteerd, zwervers, bedelaars, immigranten die in de schaduw leven, en andere verdachten.

In 1934 vraagt James Dzoye bij de magistraat in Windhoek, de hoofdstad van de noordelijke Zuid-Afrikaanse kolonie Zuidwest-Afrika, een paspoort aan om te reizen naar Luanda. De volledige aanvraag klasseert Dzoye als Native (ras), Angoni (stam), mannelijk, ongehuwd, loonarbeider, afkomstig van Nyasaland, en Brits onderdaan bij geboorte. Laatstgenoemd kenmerk overtuigt de magistraat het meest om het paspoort toe te kennen. (Foto: boek blz. 67 – oorsprong: NANSWAA422A50/34, Native Affairs. Passports for Natives. Magistrate Windhoek, Declaration to be made by Applicant for Passport, Windhoek, 20 September 1934)

Foto’s, zoals pasfoto’s op persoonsbewijzen, reis- en andere officiële documenten, en de verhalen en bewijsstukken die daaraan kleven, zijn voor Rizzo de materia prima voor haar historisch onderzoek. Zij brengt bodies en things, lichamen en dingen, en hun onderlinge dynamische relatie onwaarschijnlijk scherp tot leven. Het afgebeelde aangezicht, de met een oogopslag vast te stellen raciale kenmerken, de kwaliteit van het beeld, de inbreng van studio- en portretfotografie, het aura van de afgebeelde, de narratieve elementen in de begeleidende dossiers en de framing van het geheel geven enorm veel levensechtheid aan de geschiedenis zoals Rizzo deze benadert.

De bezetting in 1915 van Namibië door Zuid-Afrikaanse troepen en de daaropvolgende integratie van het territorium als mandaatgebied vanaf 1921 veranderden de omschrijving van whiteness grondig. Terwijl in de eerste twee decennia van de 20e eeuw de framing van bodies en things gebeurde in termen van het antagonisme tussen het Britse imperium en het Afrikanervolk, droeg de bezetting van de vroegere Duitse kolonie bij tot een nieuwe retoriek. De Duitse immigranten waren ondertussen de vijand geworden. Niet te vertrouwen dus. Dat kwam mede goed uit om de witte identiteit van Zuid-Afrika als natiestaat, als white man’s land, compromisloos uit te bouwen.

Baanbrekend is Rizzo’s onderzoek naar de registratie van de bevolking in de jaren 1950 en 1960, toen het project van de unievorming al lang tot stilstand was gekomen maar in de plaats daarvan de uitbouw van het apartheidsstelsel alle aandacht opeiste.

In de vroege jaren 1950 maakte de Zuid-Afrikaanse overheid van de registratie, identificatie en controle van haar onderdanen een prioritaire zaak. Zij vaardigde in 1950 de Population Registration Act No. 30 uit en in 1952 de Natives Act No. 67. Terwijl eerstgenoemde wet neerkwam op de registratie van elke Zuid-Afrikaan ouder dan zestien, ongeacht ras, had de andere wet betrekking op wie als natives waren geklasseerd en verplichtte de wet dat deze personen altijd hun reference book, in de volksmond dompas genoemd, bij de hand moesten hebben. De instanties die het systeem van het pasboekje in de praktijk hebben gebracht, hebben ontzettend veel bochten moeten maken en conflicten onderweg moeten oplossen.

De oefening begon in 1953 met mobiele teams van het Native Affairs Department, met het maken van pasfoto’s en vingerafdrukken, het samenstellen van ambtelijke dossiers, wat een leger aan klerken en fotografen veronderstelde. Wanneer de nood groot werd, mochten er zelfs lokale fotografen worden ingehuurd. Het werk rees zo de pan uit dat de eerste vrouwen pas vijf jaar later aan de beurt kwamen. De implementatie van het systeem was een zeer technische zaak, maar Rizzo slaagt erin om dit proces boeiend, ja zelfs spannend te beschrijven. Zij toont ondubbelzinnig aan dat er achter zulke ogenschijnlijk neutrale informatieverzamelingen een berg aan onrecht schuilgaat.

Met haar geduldig archiefonderzoek, haar monnikenwerk, haar analyse van wat er allemaal gebeurt met persoonsbewijzen van zwarte, bruine en witte mensen, van Natives en Europeanen, van mannen en vrouwen, maakt Rizzo een van de meest complexe maatschappelijke processen in Zuid-Afrika, de inclusie en exclusie van staatsburgers, als bij toverslag kristalhelder.

In 1934 vraagt James Dzoye bij de magistraat in Windhoek, de hoofdstad van de noordelijke Zuid-Afrikaanse kolonie Zuidwest-Afrika, een paspoort aan om te reizen naar Luanda. De volledige aanvraag klasseert Dzoye als Native (ras), Angoni (stam), mannelijk, ongehuwd, loonarbeider, afkomstig van Nyasaland, en Brits onderdaan bij geboorte. Laatstgenoemd kenmerk overtuigt de magistraat het meest om het paspoort toe te kennen. (Foto: boek blz. 67 – oorsprong: NANSWAA422A50/34, Native Affairs. Passports for Natives. Magistrate Windhoek, Declaration to be made by Applicant for Passport, Windhoek, 20 September 1934)

Replica van het Polaroid ID-2 camera systeem, waarmee foto’s werden gemaakt voor de dompas. Door middel van de twee lenzen kon de fotograaf met één druk op de knop zowel een aangezichts- als een profielfoto maken. Replica opgesteld als onderdeel van de fototentoonstelling To Photograph the Details of a Dark Horse in Low Light van de kunstenaars Adam Broomberg (Zuid-Afrika, 1970) en Oliver Chanarin (Groot-Brittannië, 1971) in het Foam Fotografiemuseum, Amsterdam, 2015.

Foto’s leggen een moment in het verloop van tijd vast, maar dat is niet het enige wat ze doen. Tegelijkertijd bevriezen ze de tijd door een bijzonder moment aan de tijd te onttrekken, dat moment significant te maken en het te doen resoneren met wat filosofen het Augenblick, de lading van de tijd, noemen.

Wie het Augenblick wil vatten, bekijkt de foto niet afstandelijk maar doet aan metareading. Rizzo geeft een sterk staaltje van metareading wanneer zij een reeks foto’s die de bevolking en landschappen van Namibië in de jaren 1930-1950 documenteert, van duiding voorziet. Namibië was in die tijd het koloniale hinterland van Zuid-Afrika, dat zich omvormde tot natiestaat en vanaf 1948 tot apartheidsstaat.

In haar onderzoek bespreekt Rizzo foto’s uit de privé-collectie van Ernst Rudolf en Anneliese Scherz, die zich toespitst op het Duitse cultureel werk in Namibië, en uit de Usakos old location-collectie, die de toeschouwer verrast met de esthetiek van mensen en ruimtes in de centraal-Namibische stad Usakos. Witte kolonisten fotograferen naar hartenlust de zwarte bevolking in een vermeend idyllische omgeving. Zij brengen hun visie op hun eigen whiteness en op de blackness van de ander in beeld. In hun lens zien ze de Tuin van Eden wanneer het alleen maar gaat over de doffe ellende van het boerenleven. Historische foto’s zijn inderdaad een krachtig wapen om rassenongelijkheid te bestrijden.

Sedert haar ontstaan tegen het einde van de 19e eeuw heeft de luchtfotografie in Zuid-Afrika vele meesters gediend. Zowel in de openbare als privé-sfeer is er gretig gebruik gemaakt van het vogelvluchtperspectief. Het Britse leger maakte al tijdens de Anglo-Boerenoorlog luchtopnames vanuit ballonnen om minutieus vijandelijke posities en verplaatsingen waar te nemen. De toepassingen namen in razende vaart toe. Landbouwgebied, bossen, gronderosie, wegeninfrastructuur, waterbevoorrading werden in kaart gebracht. Een geologische survey werd stapsgewijs opgebouwd. Luchtfoto’s werden gebruikt om aan ruimtelijke planning te doen en vanzelfsprekend ook om grond, terrein en native reserves te begrenzen.

Om dwars doorheen al deze toepassingen te kijken, bedient Rizzo zich van het concept heterotopia, dat Michel Foucault lanceerde op het einde van zijn leven. Het concept wijst erop dat al die plaatsen het bestaan impliceren van tegenplaatsen, die de reële plaatsen contesteren en er zelfs utopische plaatsen van kunnen maken.

Op grond van haar onderzoek in de Oost-Kaap over de periode 1930-1960 toont Rizzo aan dat luchtfoto’s – seeing our land from above – zeer misleidend kunnen zijn en dat the view from below minstens even belangrijk is. Dat blijkt overduidelijk uit de analyse van een reeks ground-truthing foto’s, close-ups van natives en landschapsfoto’s van ná de Tweede Wereldoorlog tot de jaren 1950, uit een album dat werd samengesteld door het Native Affairs Department. In dit album manifesteert de Oost-Kaap zich uitdrukkelijk als een heterotopia, een aanblik die we zeker niet zouden hebben gehad op grond van luchtfoto’s alleen.

“Seeing our land from above”: de toepassingen van de luchtfotografie groeiden in snel tempo uit van het zuiver militaire tot ruimtelijke ordening in zowel urbaan als ruraal gebied, begrenzing en afrastering van privé-eigendom en van native grounds, en surveying and mapping in het algemeen. Deze luchtfoto van een stadsdeel van Johannesburg is in 1911 gemaakt door de Zwitserse ballonvaarder Eduard Spelterini. Op de achtergrond zijn reeds mijnterrils te zien. (Foto: boek blz. 167 – oorsprong: Swiss National Library Eduard Spelterini Collection, EAD-WEHR-32111-B, Johannesburg, 1911)

Rizzo raakt enorm geïntrigeerd door een ander archief waarin zij toevallig een naamgenoot tegenkomt, John Rizzo (Rizzo is een Zuid-Italiaanse naam), van wie zij zich inbeeldt dat hij in de tweede helft van de 19e eeuw naar de Kaap is geëmigreerd op zoek naar een beter leven. Het archief bevat de uiterst delicate collectie van foto’s van gevangenen uit het Breakwater Convict Station in Kaapstad toen de 19e eeuw ten einde liep. Het archief is nog grotendeels onontsloten en dat maakt het des te interessanter.

Breakwater werd als voorbeeld gesteld van een totaal nieuwe penitentiaire aanpak, die strafinrichtingen verplichtte om tegemoet te komen aan de eisen van de koloniale economie, in het bijzonder de onverzadigbare vraag naar arbeidskrachten op de boerderijen en in de mijnen. In het archief is uitgebreide informatie over de gevangenen opgenomen, informatie die destijds in Breakwater volgens de Bertillonage-methode is verzameld en pasfoto’s, vingerafdrukken, lichaamsmaten, persoonlijke beschrijvingen en een opsomming van criminele feiten en straffen omvat.

Doordat de foto’s aan de gevangenen een menselijk gezicht geven, losgekoppeld van verbale uitlatingen over racisme en criminalisering, is het perfect mogelijk dat deze foto’s inwerken op het heden en het moreel bewustzijn van de huidige toeschouwer. Natuurlijk omdat Rizzo het menselijk gezicht heeft gezien van haar gefantaseerde voorvader, rijst bij haar de vraag of hem geen onrecht is aangedaan. Misschien hebben foto’s van kwetsbare mensen een geheugen dat vanuit het verleden nazindert tot in het heden? Dat sprekende foto’s de mysterieuze kracht hebben om onrecht te herstellen, zelfs jaren nadat het is aangedaan, spreekt Rizzo mateloos aan.

De wegen van Rizzo’s historisch onderzoek zijn ondoorgrondelijk. Robbeneiland is de iconografische vindplaats bij uitstek in Zuid-Afrika wanneer het gaat over afbeeldingen van gevangenissen en gevangenen. Maar Rizzo doet onderzoek in de Western Cape Archives and Records Services in Kaapstad. Daar raakt zij in de ban van de albums met foto’s van gevangenen uit het Breakwater Convict Station (Kaapstad, eind 19e eeuw). Nog toevalliger komt zij daar de foto tegen van een naamgenoot, John Rizzo, convict number F9427, 17.8.[18]99. Over deze man, uit Zuid-Italië geëmigreerd op zoek naar een rooskleurige toekomst maar onfortuinlijk beland in een Zuid-Afrikaanse gevangenis, begint zij te fantaseren. Ook dit behoort tot haar wetenschappelijk onderzoek. (Foto: boek blz. 214 – oorsprong: KABCO6978-6986 Vol.1-9, Breakwater Convict Albums, CO6982, Vol.5, p. 23)

De wegen van Rizzo’s historisch onderzoek zijn ondoorgrondelijk. Robbeneiland is de iconografische vindplaats bij uitstek in Zuid-Afrika wanneer het gaat over afbeeldingen van gevangenissen en gevangenen. Maar Rizzo doet onderzoek in de Western Cape Archives and Records Services in Kaapstad. Daar raakt zij in de ban van de albums met foto’s van gevangenen uit het Breakwater Convict Station (Kaapstad, eind 19e eeuw). Nog toevalliger komt zij daar de foto tegen van een naamgenoot, John Rizzo, convict number F9427, 17.8.[18]99. Over deze man, uit Zuid-Italië geëmigreerd op zoek naar een rooskleurige toekomst maar onfortuinlijk beland in een Zuid-Afrikaanse gevangenis, begint zij te fantaseren. Ook dit behoort tot haar wetenschappelijk onderzoek. (Foto: boek blz. 214 – oorsprong: KABCO6978-6986 Vol.1-9, Breakwater Convict Albums, CO6982, Vol.5, p. 23)

Elke liefhebber van foto’s over Zuid-Afrika zal na lezing van Photography and history in colonial Southern Africa. Shades of Empire niet meer dezelfde zijn. Als geen ander slaagt Lorena Rizzo erin om foto’s uit het verleden luid te doen spreken en ons te waarschuwen voor elke korrel onrecht, racisme en discriminatie op deze foto’s. Het klinkt als een dilemma, maar misschien tonen die vergeelde foto’s, opgeborgen in de kerkers van het verleden, ons een nieuw pad om te dekoloniseren.

  • 1

Kommentaar

  • Avatar
    Johannes Comestor

    Kolonialisme het plaaslik in 1910 tot 'n einde gekom. Volgens die ANC/SAKP het ons 'n spesiale soort kolonialisme van 1910 tot 1994 gehad. Die vraag is of Suid-Afrika tydens kolonialisme nie veel beter (bv voorspoediger, veiliger) daaraan toe was as in die huidige era van dekolonisering nie. Die gedrukte uitgawe van Rizzo se eensydige boek kos $101.54 by Amazon en die Kindle-weergawe $54.88.

  • Reageer

    Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


     

    Top