Adriaan van Dis: Kosmopolitische schatbewaarder wint Constantijn Huygens-prijs

  • 0
adriaanvandis400

Adriaan van Dis (persfoto verskaf)

"I am Postcolonialism"[i]. Met deze uitspraak karakteriseert Adriaan van Dis (1946) niet alleen zichzelf, maar ook zijn oeuvre. Zijn romans, poëzie, reisverhalen, toneelstukken en essays zijn onlangs bekroond met de Constantijn Huygens-prijs, een van Nederlands grootste literaire prijzen. Deze oeuvreprijs wordt sinds 1947 jaarlijks uitgereikt door de Jan Campert-stichting en Van Dis treedt in de voetsporen van schrijvers als Harry Mulisch, WF Hermans, Arnon Grunberg en Elisabeth Eybers.

Adriaan van Dis is geliefd bij een groot publiek dat hem vooral heeft leren kennen door zijn "Indische boeken". In zijn debuut Nathan Sid (1983) maakt de lezer voor het eerst kennis met de twintiger Nathan, die opgegroeid is in een repatriantenhuis in de Nederlandse duinen, met drie bruine halfzusjes en een vader en moeder die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Japanse concentratiekampen (Jappenkampen) in Nederlands-Indië geïnterneerd waren. Nathan Sid is een driftige novelle, vol woede over een jeugd die gedomineerd wordt door de door de oorlog getekende vader. Nathan wil deel uitmaken van het verleden van de rest van het gezin, maar hoezeer hij het ook probeert, hij blijft altijd de totok, de Nederlander: "Hij was altijd een beetje jaloers op de verhalen van zijn zusters. Zij spraken zo vaak over Indië en over al die ooms en tantes uit het kamp. Hij kon er toch ook niets aan doen dat hij er niet in had gezeten!"[ii]

Tien jaar later durft de zesenveertig jarige Nathan in het eveneens woedende boek Indische duinen (1994) eindelijk de confrontatie aan te gaan met zijn inmiddels overleden vader. In een weergaloze sleutelpassage rekent hij af met zijn vader door hem tijdens een rijsttafel in zijn verbeelding de les te lezen.

Na deze afrekening volgt in 2002 het beschouwende Familieziek, waarin in 60 taferelen de jeugd geschetst wordt van een jongen die door zijn vader wordt voorbereid op een nieuwe oorlog. Tekenend voor de afstand waarmee deze jeugd beschreven wordt is het consequente "meneer Java" waarmee de vader wordt aangeduid.

In het met de Libris Literatuurprijs bekroonde Ik kom terug uit 2014 komt na jaren de moeder aan het woord. Ook in dit boek weerklinkt de frustratie van het niet zelf hebben ervaren van de trauma's waar de familie mee worstelt: "Ik had veel over die tijd geschreven, juist omdat ik niet bij Indië hoorde, niet bij hun oorlog, niet bij de kleur van mijn halfzusters en de andere kinderen in het huis, niet bij de sambal en de rijsttafel en het Maleis van de tafelmopjes; daarom zong ik als vredeskind en rossige sproetenkoning hun kampliedjes uit volle borst mee en haatte ik net als zij de jappen die hen hadden vernederd. Ik zou de schatbewaarder van hun trauma’s worden.”[iii]

Deze frustratie en het opgroeien tussen twee culturen is kenmerkend voor de tweede generatie Indische Nederlanders, die Nederlands-Indië niet zelf hebben ervaren, maar wel deels binnen de Indische cultuur opgroeiden. Ook de tirannieke, getraumatiseerde vader is een kenmerkend postkoloniaal thema voor de tweede generatie Indische schrijvers. Beide thema's zijn sterk gebaseerd op het leven van Adriaan van Dis zelf, zoals het geval is in het overgrote deel van de Indische literatuur, die gekenmerkt wordt door een eeuwig diffuse grens tussen fictie en werkelijkheid.[iv]

Van Dis laat zich in interviews vaak uit over zijn jeugd en het opgroeien tussen de Hollandse aardappels en de Indische rijst. In zijn jeugd vindt hij tevens de verklaring voor een ander deel van zijn oeuvre. Opgegroeid in een in Nederland gemarginaliseerde familie identificeert hij zich altijd met de under dog, de onderdrukte. Het onvermogen om volledig deel uit te kunnen maken van de vervlogen kolonie Nederlands-Indië leidde tot het besluit:  "Very well then, I would find my own colony."[v] Deze kolonie vindt hij in Afrika en in het bijzonder Zuid-Afrika. Tijdens zijn studie komt hij in aanraking met het Afrikaans, dat vertrouwd klinkt naar het Petjo dat zijn vader sprak, en met de poëzie van Breytenbach. Hij herkent zich in Van Wyk Louw en Opperman wiens huidskleur uitheems was, op eenzelfde manier als zijn eigen huidskleur dat binnen de Indische gemeenschap is. Dankzij hun poëzie durft hij zijn eigen herkomst te onderzoeken: "It was not the Dutch language, but Afrikaans that roused the writer in me."[vi] Hij bezoekt Zuid-Afrika meerdere malen en schrijft daar oa over in Het beloofde land: een reis door de Karoo (1990), In Afrika (1991) en Tikkop (2010) en maakt in 2008 de bekroonde tv-serie "Van Dis in Afrika". Wit en zwart, Van Dis praat, hoewel soms enigszins subjectief, met iedereen. Deze diepe interesse voor "de ander" wordt geroemd door de jury van de Constantijn Huygens-prijs[vii]. Zijn reislust en kosmopolitische houding komen ook in andere boeken naar voren, vooral in De wandelaar (2007).

Zijn reisverslagen en kosmopolitische boeken zijn interessant en onderhoudend, maar vanuit literair oogpunt in het algemeen niet zijn sterkste werken. Van Dis is een aimabele man en een artiest. Hij geeft geen lezing, maar een voorstelling waarbij hij zingt en zijn rood geschoeide voeten in de lucht steekt, zoals tijdens de uitreiking van een eredoctoraat aan Breytenbach door de Universiteit Gent in december 2014.[viii] Ondanks zijn populariteit, bekroonde en veelbekeken tv-series en uitgebreide oeuvre heeft Van Dis lang moeten wachten op de Constantijn Huygens-prijs. Met het formidabele Ik kom terug heeft Van Dis zijn oeuvre het nodige gewicht gegeven om zich voorgoed op de kaart te zetten als niet alleen een van de grootste schrijvers uit de Indische letterkunde, maar ook uit de Nederlandse letterkunde.

Bibliografie:

  • Van Dis 2014: Dis, A. van. 2014. Ik kom terug. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Augustus.
  • Van Dis 2013: Dis, A. van. 2013. "Squeezed between Rice and Potato: Personal Reflections on a Dutch (Post)Colonial Youth". Dewulf, J., Praamstra, Olf, & Kempen, Michiel van. Shifting the compass : Pluricontinental connections in Dutch colonial and postcolonial literature.
  • Van Dis 1983: Dis, A. van. 1983. Nathan Sid. Amsterdam: Meulenhoff.
  • Pattynama 2015: Pattynama, P. 2015. “Hoor wie het zegt.” Van Dis schreef ‘moederboek’ met tjabé rawit. [Online]. Beschikbaar: http://indisch-anders.nl/van-dis-schreef-moederboek-met-tjabe-rawit/ [Bekeken 5 oktober 2015].

[i] Van Dis 2013, p. 20

[ii] Van Dis 1983, p. 50

[iii] Van Dis 2014, p. 41

[iv] Pattynama 2015

[v] Van Dis 2013, p. 30

[vi] Van Dis 2013, p. 35

[vii] http://www.jancampertstichting.nl/Cms/jcs/laureaten/2015294/

[viii] Zie: https://youtu.be/x70_9_OAkII?list=PLQ3LcTBBJ4VNgNzHQgxcVcsuL3o7Scjey Vanaf 1:15:16

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top