MH17: Uiteindelijk zegeviert het leven

  • 0

Als op donderdag 17 juli aan het einde van de middag de eerste berichten binnenkomen over een vliegtuig dat is neergestort op Oekraïens grondgebied, sta ik met één been buiten de deur, al bijna te laat voor een vergadering. Ik hoor nog net dat het toestel zou zijn opgestegen vanaf de Amsterdamse luchthaven Schiphol en dat er mogelijk ook Nederlandse slachtoffers zouden zijn. Op de fiets probeer ik me voor te stellen wat er is gebeurd. Elke dag horen we over natuurrampen, ongelukken en gewapende conflicten waarbij honderden, zelfs duizenden doden te betreuren zijn. Ver weg. In Nederland komt dat niet voor. Maar vreemd genoeg besef ik meteen dat het deze keer menens is. Het is volop vakantietijd. Een passagiersvliegtuig op weg naar Kuala Lumpur, Indonesië? Natuurlijk zitten daar veel Nederlanders in. En zo’n ongeluk … Daar komt niemand levend uit.

Dit gaat om óns

Als ik na mijn vergadering weer thuiskom, zet ik onmiddellijk de televisie aan. Het toestel springt automatisch op CNN. Gelukkig, daar is Christiane Amanpour, denk ik aanvankelijk, altijd de moeite waard. Tót ik haar iets hoor zeggen over de "geopolitical ramifications" van het neerhalen van de MH17. Zit het Oekraïense leger achter deze aanslag? Of zijn het de pro-Russische separatisten, met behulp van Russisch wapentuig? Is president Poetin de kwade genius op de achtergrond, en wat voor gevolgen heeft deze daad voor de verhouding tussen de Europese Unie en Rusland? Had Amerika misschien toch gelijk met zijn pleidooi voor zwaardere economische sancties?

Al mijn waardering voor Christiane Amanpour ten spijt weet ik niet hoe snel ik moet overschakelen naar een Nederlandse zender. Ik merk dat ik op dit moment helemaal niets wil weten over geopolitieke consequenties. Ik wil weten of de passagierslijst al is vrijgegeven, ik wil – al ben ik het zelden met hem eens – premier Mark Rutte horen, en ik wil koning Willem-Alexander en koningin Maximá zien. De Nederlandse media besteden altijd veel aandacht aan wat er in de rest van de wereld gebeurt, en dat is goed. Maar nu, deze keer, gaat het om óns. Eventjes mag ons blikveld heel klein zijn.

Het duurt een paar dagen voor de nabestaanden van alle mensen op de passagierslijst zijn geïnformeerd en de namen openbaar gemaakt kunnen worden. Maar geleidelijk wordt duidelijk wíe er allemaal aan boord van dat vliegtuig zaten. De eigenaren van een populair Chinees restaurant in Rotterdam. Een jong stel dat pas een bloemenzaak had geopend in Volendam. Een toonaangevende wetenschapper op het gebied van aidsbestrijding. Hele gezinnen op weg naar hun vakantiebestemming. Vaders. Moeders met kinderen. Opa’s en oma’s. Familieleden. Vrienden. Collega’s… 194 van de 295 inzittenden kwamen uit Nederland. Velen in Nederland kénnen iemand die in dat vliegtuig zat. Of kennen iemand die iemand kende die in dat vliegtuig zat. Maar ook als het niet zo dichtbij komt, kunnen we ons de levens van deze mensen zo goed voorstellen. De slachtoffers, dat hadden wij kunnen zijn. De nabestaanden, dat zijn wij.

Nog steeds is het zomer

Zoals veel anderen die met woorden werken, leid ik een tamelijk afgeschermd bestaan. Facebook is mijn koffieautomaat. Dankzij die isolatie mis ik veel van de frustratie, de woede, de ontevredenheid betreffende het uiterst voorzichtige optreden van de Nederlandse regering, die categorisch weigert om een beschuldigende vinger te wijzen of oorlogszuchtige taal uit te slaan zolang de lichamen van de slachtoffers niet zijn teruggebracht naar Nederland. Ik ben blij dat Mark Rutte niet in dezelfde retoriek vervalt als George Bush na 9/11. En ik ben ontzettend dankbaar dat we juist nu Frans Timmermans als minister van Buitenlandse Zaken hebben – iemand die even vlot Engels als Russisch spreekt en die de hele wereld rondreist – naar Kiev in de Oekraïne, naar de VN Veiligheidsraad in New York, en onmiddellijk daarna alweer naar een EU-top in Brussel – om het brede internationale samenwerkingsverband te smeden dat nodig is om "onze mensen" terug te halen. Het lijkt alsof alles wat Timmermans in het verleden al gedaan heeft, een voorbereiding was voor dit moment.

Ondertussen lagen de lichamen van de slachtoffers dagenlang in een koelwagon van een trein, ergens tussen de graanvelden, de maïs en de zonnebloemen, in de buurt van Donetsk, overgeleverd aan de willekeur van een stel losgeslagen opstandelingen. Voor de nabestaanden moet het afgrijselijk zijn geweest om te zien hoe er tussen de verspreide bezittingen van de slachtoffers gerotzooid werd. Speelgoed omhoog gehouden voor een tv-camera. Fototoestellen, mobiele telefoons, sieraden en portemonnees … Niets was heilig, niets was veilig.

Het is vreemd hoe zo’n gebeurtenis je bezighoudt. Je probeert door te gaan met je werk, maar tegelijk blijf je met een half oog het nieuws volgen. Alsof je iemand in de steek zou laten, alsof het iets zou veranderen als je dat níet deed. Buiten is het zomer, misschien wel de warmste zomer in honderd jaar. Er gaan nog steeds mensen op vakantie. Vanaf Schiphol blijven er nog steeds vliegtuigen naar verre bestemmingen vertrekken. De stranden en de terrasjes zitten vol. De Nijmeegse Wandelvierdaagse en de Tilburgse Kermis kunnen niet zomaar worden afgelast. En omdat er weinig anders opzit, ga je door de motions van je alledaagse leven, maar met de vragen, het verdriet en een vaag schuldgevoel telkens op de achtergrond.

Tocht van epische proporties

Op maandag 21 juli leek er voor het eerst schot in de zaak te komen. Een groot deel van de lichamen bleek inmiddels geborgen te zijn en opgeslagen in de koelwagons van een trein. Onder de omstandigheden was dat misschien nog niet eens zo’n slecht idee. Toen de rebellen eenmaal het spoor hadden vrijgegeven, kwam de trein sneller dan verwacht via Donetsk in Charkov aan, en daar wachtten twee vrachtvliegtuigen van de Nederlandse en de Australische luchtmacht om de lichamen – onze "mensen", zoals nog vaak werd gezegd – naar Nederland te brengen. "Home".

Die maandag leek een Dag van Nationale Rouw nog ver weg. En gezien alle onzekerheid was dat ook wel logisch. Maar dinsdagavond werd onverwachts aangekondigd dat woensdag 23 juli was uitgeroepen tot een Dag van Nationale Rouw. Vreemd voor Nederland, want het land kent wel nationale herdenkingsbijeenkomsten, zoals de jaarlijkse kranslegging bij het Monument op de Dam in Amsterdam ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Maar een Dag van Nationale Rouw hadden we sinds het overlijden van koningin Wilhelmina in 1962 niet meer gezien, en er was dan ook niemand die wist hoe die dag zou verlopen.

Het is merkwaardig hoe, ook in dit virtuele tijdperk, de antwoorden uiteindelijk toch weer heel fysiek en concreet blijken te zijn. Al Jazeera-verslaggeefster Step Vaessen wees op de illusie van veiligheid die we hebben als we het vliegtuig nemen. Een paar uur lang is onze werkelijkheid beperkt tot films, muziek, spelletjes, de boeken en kranten die we hebben meegebracht, en de maaltijd aan boord, waar we meestal wel een mening over hebben. We vliegen de hele aardbol over, met meestal slechts een vage notie van de landen waar we overheen glijden. Oorlogsgebieden. Landen waar armoede en hongersnood heersen. En soms ook wrok tegen ons deel van de wereld, het rijke Westen. We hebben er geen idee van.

We zijn niet "connected". Tót zo’n vliegtuig uit de lucht wordt geschoten. Misschien wel per ongeluk. Opeens voelen we hún oorlog aan ons eigen lijf.

En plotseling ontwikkelt zich een tocht van epische proporties. Korenvelden. Zonnebloemen. Een groene, blikkerige trein de lichamen van "onze mensen" uit het oorlogsgebied terugbrengt naar een terrein waar wij er weer iets mee kunnen. Een robuust vrachtvliegtuig. De vlucht naar huis. Na de landing de militairen die elke kist met evenveel zorg, langzaam, bedachtzaam, uit de buik van het vliegtuig tevoorschijn brengen en naar de gereedstaande lijkwagens dragen. Eén lijkwagen voor elke kist. Want zo gaat dat in Nederland als er iemand is overleden: geen massagraven, geen vormeloze bodybags, maar aandacht voor elk individu. Respect voor elk leven.

Dát is wat die foto van het vliegtuig met de eerste twintig gereedstaande lijkwagens voor mij betekent. En de beelden van die meer dan een kilometer lange colonne van veertig lijkwagens, die dwars door het land van de militaire vliegbasis Eindhoven naar Hilversum rijden, waar de lichamen door forensische experts zullen worden geïdentificeerd. Nederland ligt er weergaloos mooi bij – groen, vruchtbaar, waterrijk; een groter contrast met de dood is niet denkbaar. Het verkeer is stilgelegd; alles moet voor deze indrukwekkende processie wijken. En overal langs de route staan mensen met een onverklaarbare drang om getuige te zijn, deel te hebben, respect te betonen en te protesteren tegen de zinloosheid van dit verlies. Elders in het land worden de kerkklokken geluid. Duizenden mensen gaan de straat op voor een kerkdienst, of om mee te lopen in een stille tocht. Zo ondersteunen zij wat er op de weg gebeurt, en wat Nederland, dat voorzichtige, misschien wel al te terughoudende Nederland, zonder het te bedoelen, zonder dat dit vantevoren zo is doordacht en geregisseerd, aan de wereld laat zien: dat elk leven kostbaar is. Dat elk mensenleven ertoe doet.

"De hele wereld zat in dit vliegtuig"

Tijdens één van zijn persconferenties zei Mark Rutte:"Dit is geen Nederlands vliegtuig. Dit is geen Maleisisch vliegtuig. De hele wereld zat in dit vliegtuig." Hij bedoelde het op dat moment letterlijk; hij verwees naar de slachtoffers die afkomstig waren uit andere landen, zoals Australië en België. Maar het zijn natuurlijk woorden waar we zoveel meer in kunnen leggen.

Op woensdag 23 juli werden de eerste veertig kisten overgebracht; op donderdag 24 juli volgen er nog 74, en op vrijdag 25 juli zullen de laatste lichamen die met die eerste trein uit het rampgebied zijn gekomen, naar Nederland worden gebracht. Daarmee is het nog niet klaar, want de lichamen zijn nog niet allemaal teruggevonden. Hoewel te verwachten valt dat enkele lichamen voorgoed verloren zijn gegaan, zijn er op de rampplek niettemin aanwijzingen dat er nog steeds menselijke overblijfselen wachten om gevonden te worden. Identificatie van de slachtoffers kan enkele dagen tot enkele weken duren. Omdat Nederland de meeste slachtoffers te betreuren heeft, is het logisch dat de identificatie hier gebeurt. Maar het is ook goed, dat het eerbetoon waarmee de eerste veertig kisten werden ingehaald, gericht was op alle slachtoffers, ongeacht hun nationaliteit.

Voor mij – geen directe nabestaande, slechts een toeschouwer, indirect geraakt – bood Nederlands Dag van Nationale Rouw inderdaad een moment van troost en afsluiting. Want één blik op dat groene, zomerse landschap daarbuiten zegt je dat het leven onvermijdelijk verder gaat. Het is ook weer tijd om de blik los te maken van wat er bij ons gebeurt, en, misschien wel met meer overtuiging en overgave dan voorheen, betrokken te zijn bij wat er elders in de wereld plaatsvindt. Een nieuwe vliegramp – een ongeluk deze keer – in Thailand. Die onbegrijpelijke strijd tussen Israël en de Palestijnen, die bijna tegelijk met de eerste berichten over het neerstorten van vlucht MH17 opnieuw in verschrikkelijke hevigheid is opgelaaid. En natuurlijk, alles wat er gebeurt in Zuid-Afrika, het land waar car jackers het hebben bestaan om een vierjarig jongetje kilometers ver achter een rijdende auto aan te sleuren. We moeten getuige zijn en betrokken blijven. Omdat levens nooit goedkoop zijn. Omdat elk leven ertoe doet.

Op de Dag van Nationale Rouw zette iemand deze versregels van Dylan Thomas op Twitter:

Though lovers be lost, love shall not;
And death shall have no dominion.

Als de epische terugkeer van de slachtoffers van vlucht MH17 en die indrukwekkende processie door het Nederlandse landschap iets hebben duidelijk gemaakt, dan is het dat de dood nooit het laatste woord zal hebben.

Lees ook: MH17: 'n Blikkie Coke in Afrika

Lees ook: MH17: Nederland rouwt

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top