Een vat vol tegenstrijdigheden: Coetzees De kinderjaren van Jezus verwart, ontroert en boeit

  • 0

Oorspronkelijke titel: The Childhood of Jesus
Titel: De kinderjaren van Jezus
Skrywer: JM Coetzee
Vertaling: Peter Bergsma
Uitgewer: Uitgeverij Cossee, Amsterdam
ISBN: 9789059363885
Prijs: € 19,90
Pagina’s: 320

 

De roman De kinderjaren van Jezus van JM Coetzee is een verhaal dat schittert in eenvoud en ingewikkeldheid. Het is eenvoudig geschreven en leest snel weg. Maar tussen de regels door is het een ingewikkeld boek. Veel thema's komen aan bod: het vreemdelingschap, de opvoeding, identiteit, geloof en het verhaal. Net als dat het verhaal veel personages en verhaallijnen bevat. Niet allemaal even belangrijk, maar het biedt alles bij elkaar een mooie legpuzzel voor de lezer. Een puzzel die uitnodigt het verhaal nog een keer te lezen. Het is een verhaal dat verwart, ontroert en boeit. Maar tegelijkertijd een vat vol tegenstrijdigheden.

De roman van Coetzee bestaat uit de voor hem kenmerkende gelaagdheid. Het postmodernistische karakter van zijn eerdere romans zet Coetzee door in zijn nieuwste roman waarvan Nederland weer de 'sneak preview' kreeg. Hij lijkt hierbij zelfs een stap verder te gaan. Simón, een oudere man, komt met David een onbekend Spaanstalig land binnen. David is niet zijn zoon. Ze hebben elkaar gevonden op het schip waarmee ze vluchtten. De jongen is belangrijke informatie over zijn moeder kwijtgeraakt onderweg. Simón heeft zich over de jongen ontfermd en belooft de jongen zijn moeder te vinden.

Verleden
Over het verleden wordt niet gesproken. Dat wuift Simón snel aan de kant. Ze zijn aangekomen met een schip, hebben zes weken in een tent midden in de woestijn geleefd en zijn nu in Novilla. Ze hebben honger en de twee proberen een nieuw bestaan op te bouwen. De man en het kind hebben nieuwe namen gekregen in Belstar, het kamp in de woestijn. Simón zegt daar dan dikwijls bij dat het verleden er niet toe doet. Ze beginnen opnieuw en laten het verleden achter zich.

Simón vindt niet dat ze hun doopceel hoeven te lichten. Ze zijn geschiedenisloos, hebben geen verleden. Geschiedenis is een verzonnen verhaal, zegt Simón tegen zijn collega's in de haven. De geschiedenis bestaat niet. Herinneringen zijn een last, zegt hij verderop. Hij hecht geen waarde aan zijn oude vermoeide herinneringen. Wel vraagt hij zich af wat de zin van een nieuw leven is, als je er niet door wordt getransformeerd. Het is één van de vele tegenstrijdigheden in het boek.

Titel en naam
Juist dat verleden refereert zo sterk aan de titel van het boek. Het boek zou de biografische geschiedenis kunnen zijn van Jezus. De titel De kinderjaren van Jezus doet vermoeden dat een Jezus de hoofdrol speelt in het verhaal. Het legt een verband met de Bijbel en het christelijk geloof. Maar in het verhaal komt Jezus niet voor. Net zo min als verwijzingen naar het leven van Jezus. De titel wekt bij de lezer de indruk dat hij een biografie leest. Het is een verwijzing naar de ontwikkelingsroman zoals Wilhelm Meisters Lehrjahre van Goethe. De auteur die geëerd wordt in het lied van 'Erlkönig' dat David leert zingen van Elena.

Een ander aspcet is het aannemen van een nieuwe naam. De naam staat voor identiteit. Het bepaalt al vanaf je geboorte wie je bent. Simón en David krijgen nieuwe namen in het kamp van Belstar. Simón noemt David in zijn gesprekken steevast 'de jongen'. 'David is de naam die ze hem in het kamp hebben gegeven. Hij vindt hem niet mooi, hij zegt dat het niet zijn echte naam is. Ik probeer hem niet te gebruiken, tenzij het niet anders kan.' (67)

Vervreemdende aspecten
Gedurende het verhaal komen steeds meer vreemde en vervreemdende aspecten naar voren. Zo moet Simón de sleutel van de kamer in het opvangcentrum hebben. Anders kan hij er niet overnachten. Hij zoekt naar señora Weiss. Zij is afwezig. Hij mag dan bij een medewerker van het opvangcentrum thuis in de tuin slapen. Wel moet hij zijn eigen afdak maken. Eten is er niet. Als hij de volgende dag na een dag hard werken weer vergeefs naar de sleutel zoekt van de kamer in het opvangcentrum, blijkt de deur van de kamer gewoon open te zijn en kunnen ze er elke nacht slapen. Na deze gebeurtenis is señora Weiss gewoon aanwezig.

De zoektocht naar de moeder van David is net zo exemplarisch. Volgens Simón zoeken ze naar zijn moeder. Hij heeft het de jongen op de boot naar Belstar beloofd. David is op het schip een belangrijke brief verloren. Aan boord van het schip heeft Simón zich over hem ontfermd, maar hij wil zich geen padrino noemen. Als de jongen vraagt wat een padrino is, legt Simón het uit: 'Een padrino is iemand die als je vader optreedt als je vader er om een of andere reden niet kan zijn.' Stellig zegt hij dat hij niet de padrino van David is. Zelfs als de jongen hiernaar vraagt: 'Dat is niet aan jou, mijn jongen. Je kunt geen padrino voor jezelf uitkiezen, zoals je ook je vader niet kunt uitkiezen.' (42)

Simón kan wel de moeder van de jongen 'aanstellen'. Dit gebeurt volstrekt willekeurig. Hij ziet een jonge vrouw tennissen bij een resort. Terwijl zij achter het hek staan, zegt ze gedag en glimlacht naar David. Dan gebeurt er iets bij Simón. 'Er begint iets in hem te tintelen. Wie is deze vrouw? Haar glimlach, haar stem, haar houding – ze heeft iets vaags bekends.' (81)

Al herkent David haar niet. Deze vrouw is precies degene die ze zoeken, vindt Simón. Hij probeert met haar in contact te komen. Wat niet makkelijk gaat in het afgesloten resort. Hij vraagt of zij 'de enige echte moeder' voor David wil zijn. Een volstrekte willekeur waarbij ze zich aanvankelijk afwijzend opstelt. Maar hij weet haar en haar broer ervan te overtuigen. De jongen ziet het niet zitten. Hij wil bij Simón blijven wonen, maar Inés trekt in het huis als zijn nieuwe moeder. Simón vertrekt naar de haven.

Vat vol tegenstrijdigheden
De jongensjaren van Jezus zit boordevol met tegenstrijdigheden. Ze verwarren de lezer, maar presenteren tegelijk een heel realistisch verhaal. De verteller speelt zo met onwaarheden en fantasie. Het leven zonder geschiedenis en identiteit maakt het verhaal alleen maar grimmiger. Bovendien loopt de jongen David rond met een overdosis aan fantasie. De kinderfantasie gaat ver. Metafoor en verhaal gaan zo door elkaar lopen en zorgen voor verwarring.

Metafoor voor deze verwarring is het verhaal van Don Quichot. Omdat David daar oud genoeg voor is, leert Simón de jongen lezen. Hiervoor haalt hij het verhaal van Don Quichot uit de bibliotheek. Elke avond leest hij de jongen voor in het appartement van Inés. Het spelen met feit en fictie krijgt hier echt gestalte. Als Simón aan de jongen uitlegt wat een molen is, reageert David als volgt: 'Maar het is niet echt een windmolen, hè?' Dan komt het beroemde verhaal over het gevecht met de windmolens en zegt de jongen: 'Het is geen windmolen. Het is een reus! Het is alleen maar een windmolen op het plaatje.' (177)

Waarheid van het verhaal
Een intrigerend voorval dat speelt met verhaal en werkelijkheid. Om te lezen moet je niet alleen de letters tot je nemen, je moet ook openstaan voor de waarheid van het verhaal. Feit en fictie lopen door elkaar. Het verhaal neemt je mee en gaat aan de haal met de waarheid. Zeker ook omdat David dingen ziet die er niet zijn. Illustratief is zijn gedrag op school. Als hij uiteindelijk naar school gaat, komt hij snel in conflict met zijn leerkracht, Sr. Léon. Ze zien één mogelijkheid: hem overbrengen naar een internaat ver van de stad.

Inés en Simón verzetten zich maar David wordt meegenomen als hij buiten aan het spelen is en wordt naar het Centrum voor Bijzonder Onderwijs Punto Arenas gebracht. Hij weet eruit te ontsnappen en vertelt dat er tralies en prikkeldraad om het gebouw zitten. Hij is naakt ontsnapt en heeft zijn kleren in het prikkeldraad laten hangen. Volgens de medewerkster van het internaat zit er helemaal geen prikkeldraad om het gebouw. '[J]ij weet en ik weet dat je jokt. Er is geen prikkeldraad in Punto Arenas. Ik nodig u allemaal uit om zelf te komen kijken.' Nu geloven Simón en Inés de jongen en gaan niet kijken.

Beïnvloeding
Daarmee is De kinderjaren van Jezus vooral een verzet tegen de invloed van de overheid op mensenlevens. Het geeft een inkijkje in het systeem van veel westerse landen waarbij de overheid grote invloed uitoefent op mensen. De keuzevrijheid is beperkt als je geen gehoor geeft aan de adviezen van de overheid. Simón en David worden bij binnenkomst in Novilla direct ingesloten in het systeem en kunnen zich er nauwelijks aan onttrekken.

Het noodlot en de geschiedenis doen de rest. Elke vorm van anders zijn of ‘uitzonderlijk’ zijn zoals Ines en Simón het noemen, wordt de kop ingedrukt. Vluchten uit dit systeem kan via de fantasie en de literatuur. De vrijheid zit ook in de letterlijke vlucht en het onttrekken aan het verleden en de geschiedenis. Dat komt aan het einde van De kinderjaren van Jezus nog sterker tot uitdrukking. 

 

Meer lezen
Lees ook mijn eerdere boekbesprekingen van JM Coetzee over de volgende boeken:

 

 

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top