Dubbel door 2012 met gedichten

  • 0

 

Dagkalender van de Poëzie 2012
Tjitske Jansen en Victor Schiferli (samenstelling)
Amsterdam: Uitgeverij Meulenhoff, 2011
ISBN: 978 90 290 8782 7
Prijs € 15
768 pagina's

 

Mijn poëziekalender voor het jaar 2012
Gerrit Komrij (samenstelling en commentaar bij gedichten)
Amsterdam: Van Gennep, 2011
ISBN: 978 94 616 4027 7
Prijs € 14,95
766 pagina's

Elke dag een gedicht. Al jaren is dat de insteek van de Dagkalender van de Poëzie van uitgeverij Meulenhoff. Achter in de kalender zit het aanmeldformulier om je gedicht in te sturen voor de Poëzieprijs. De mooiste inzendingen van deze prijs worden beloond met een plaatsje in de kalender. De kalender van dit jaar is samengesteld door de dichters Tjitske Jansen en Victor Schiferli. Ze sluiten daarbij aan in een traditie van samenstellers zoals de dichters Menno Wigman en Alfred Schaffer.

Hans Warren
De oorsprong van de poëziekalender ligt bij dichter en bloemlezer Hans Warren. Warren verzorgde vanaf 1979 het tweede deel van Meulenhoffs bloemlezing Spiegel van de Nederlandse poëzie, het gedeelte waarin de moderne poëzie aan bod komt . De eerste editie van de kalender verscheen in 1984. Na de dood van Hans Warren in 2001 verzorgde zijn partner Mario Molegraaf de kalenders van 2003 en 2004. Vanaf 2005 hebben diverse dichters de kalender samengesteld.

Het was een schok te horen dat de Dagkalender van de Poëzie 2012 de laatste is. Volgens de uitgever zijn de kosten voor de kalender te hoog. Volgens uitgever Maaike le Noble is het niet alleen arbeidsintensief om de rechthebbenden te achterhalen, maar lopen ook de kosten voor de rechten van de gedichten steeds meer op.

Gerrit Komrij
Gelukkig vult de dichter Gerrit Komrij de leemte die ontstaat op met zijn poëziekalender. In november verscheen van hem Mijn poëziekalender voor het jaar 2012 bij Uitgeverij Van Gennep. De persoonlijk getinte kalender zit barstensvol met poëzie en bevat op de achterzijde van elk gedicht een origineel commentaar. Daarmee trakteert Komrij op meer dan zomaar een gedicht. Hij geeft er onomwonden ook een verhaal bij. Deze verhalen zijn persoonlijk, anekdotisch of essayistisch.

Het verhaal van Komrij overtreft dikwijls het gedicht. Zoals bij het gedicht 'Vakantiebericht' van Driek van Wissen op zaterdag 23 juni. Bij de slotregel 'In Portugal valt heel wat te beleven!' denkt Komrij aan de beroemde regel van Herman Finkers over Almelo: 'Het stoplicht springt op rood, het stoplicht springt op groen, in Almelo is altijd iets te doen'. Het 'Vakantiebericht' van Driek van Wissen drijft de spot met de belevenissen van Nederlanders tijdens de vakantie.

Komrij kan dan alleen maar afsluiten met de feiten: 'Op zijn laatste vakantie, in 2010 in Istanbul, is Driek van Wissen overleden. Hersenbloeding, na een ruzie met een taxichauffeur op het vliegveld, naar verluidt. Op sommige vakanties vallen de gekste dingen te beleven.'

Aansluiten bij sfeer en tijd jaar
De keuze van Komrij sluit goed aan bij de sfeer en tijd van het jaar. Hij doet dit door de vier gedichten die hij eens schreef voor de kalender van Hans Warren ook in zijn Poëziekalender op te nemen (15 januari, 25 mei, 9 juli en 27 september). 'Nu mag ik ze in mijn eigen kalender zetten, te beginnen met de winter. De vreugde kan niet op. 't Idee van die seizoengedichten was dat je 'over de lente moet dichten in de herfst'.' Volgens Komrij creëer je zo voldoende afstand om zonder hijgen of sentiment het seizoen te verraden.

Komrij volgt getrouw de bijzondere dagen van het jaar. Op Koninginnedag zingt Ingmar Heytze over dit onderwerp. Bloem zegt iets over de 'Eerste lentedag' op 21 maart. Kerst viert Komrij met het prachtige anonieme wiegelied uit de 17e/18e eeuw: 'Hoe leit dit kindeke hier in de kou'. Of Vestdijk die iets mag zeggen op Hemelvaartsdag met het gedicht 'Allegorie'. En Annie M.G. Schmidts 'Op een mooie pinksterdag' klinkt op tweede pinksterdag.

Heerlijke kwinkslagen
De heerlijke kwinkslagen op de achterkant bij het gedicht zijn de constante factor in Mijn Poëziekalender voor het jaar 2012 van Gerrit Komrij. Ze zijn bijna leuker dan de gedichten zelf. Gelukkig zijn er ook omgekeerde momenten. Het zijn de momenten dat de echte keuze van Komrij klinkt. Daar kan het jaar niet tegenop. Zoals de grote hoeveelheid Afrikaanse dichters die een plekje kregen in de kalender. Niet alleen de bekende namen als Ingrid Jonker (liefst zes gedichten in een hele Jonker-week) en Boerneef (23 en 24 januari) maar ook Willem Hessels (13 en 14 september), Everwyn Wessels (27, 28 en 29 juni), Jannie Coetzee (9 februari) en Clinton V. du Plessis (27 en 28 augustus).

Helaas moet je in het weekend op zaterdag en zondag op hetzelfde gedicht – en dezelfde achterkant - teren. Een gemis omdat de begeerte naar elke dag een gedicht echt heel sterk is. Gerrit Komrij weet namelijk flink van dichterlijk wanten. Dat komt ook omdat hij naar eigen zeggen 'zowat alle gedichten heeft gelezen van de middeleeuwen tot, pakweg, vorige maand.' De hoeveelheid gedichten van zijn eigen hand, is ook niet gering.

Dichtwedstrijd
Komrij heeft in zijn kalender niet zo'n gedichtenwedstrijd uitgeschreven als in Meulenhoffs Dagkalender van de Poëzie. Hij refereert wel aan een dichtwedstrijd. Dat is de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Komrij citeert royaal uit de winnaars van deze prijs. De winnaar van de eerste editie in 2009 krijgt een plekje op Gedichtendag: 26 januari. Het is het gedicht van Gerwin van der Werf.

Het is een gedichtenwedstrijd van een heel andere orde dan de gedichten die Meulenhoffs Dagkalender van de Poëzie halen. Een plekje in de Dagkalender is een plekje voor de eer. De laatste editie van Tjitske Jansen en Victor Schiferli bevat liefst 29 inzendingen voor deze eervolle vermelding. Zoals bijvoorbeeld Gijs Leeman (4 maart) met 'Raaf':

hee raaf
lekker weertje
vandaag gaaf
kapsel heb
je vandaag
lekker gaaf
hoor raaf
hee erik
gaaf kapsel
heeft raaf
vandaag

Het gedicht refereert naar een bekend kinderprogramma ‘Huisje, boompje, beestje’ waarbij Raaf en Erik allerlei avonturen beleven. Naast 'Raaf' zijn ook gedichten opgenomen zoals die van Elly Blom op 28 januari: 'ik hou ook van zielige meubels / en spiegels waar het weer in zit'. Of 'Duifje' van Piet Scholten op 22 februari:

Er was eens een sprookje
dat niet bestaat
altijd word ik behoed
tegen rukwind moordenaar
wervelstorm kinderdood
enkel vrede

Natuurlijk is het lastig een keuze te maken in de samenstelling van ingezonden gedichten. Zeker ook als een thema ontbreekt, zoals de samenstellers melden in het voorwoord. Helaas vermelden ze niet hoeveel dichters een gedicht hebben opgestuurd. Daarnaast ontbreekt een nieuwe wedstrijd. Daarvoor is natuurlijk een reden: volgend jaar komt er geen kalender meer.

Geen zomer, herfst of winter
De referentie aan de rest van het jaar zoals Gerrit Komrij zo treffend doet, maken Tjitske Jansen en Victor Schiferli jammer genoeg niet. Zomer, herfst winter of lente, de Dagkalender van de poëzie 2012 laat zich er niet snel uit het veld door slaan. Koninginnedag moet het doen met ‘Het meisje en de schim’ van Ruben van Gogh. Moederdag krijgt een gedicht van Hélène Gelèns 'draakje uit borneo', over een 'kolibrie die zicht ‘t leplazarus klapwiekt'.

Op 11 september is het daarentegen juist Komrij die de verwijzing naar de aanslagen in New York achterwege laat. Daar halen Jansen en Schiferli juist Wislawa Szymborska aan met het gedicht 'Een foto van 11 september'. Komrij houdt het rustig op die dag met een gedicht van Kees Stip en op de achterkant een prachtig puntdicht van Willem Wilmink over de poëzie van Kees Stip: 'Gedicht voor Kees Stip': 'Hoe kan de naam zijn dichter sturen!' Dan volgt een opsomming van dichters van wie de naam poëzie kan luiden, eindigend met: 'en geen ooit puntiger dan Stip.'

Dezelfde smaak
Gelukkig hebben de samenstellers van de Dagkalender soms dezelfde smaak als Komrij. Zo bevatten beide kalenders 'Repeteergedicht' van Jules Deelder (Meulenhoff op 27 september; Komrij op 7 juli). Net als dat de dichter Komrij op 11 juli een plaatsje heeft gekregen in de Dagkalender van de Poëzie 2012. Een gedicht over Sebrenica dat Komrij schreef in de tijd dat hij Dichter des Vaderlands was. Komrij haalt dat dichterschap in zijn eigen kalender ook nog even aan. Hij doet dit bij het gedicht 'De zittende politicus' op 7 mei: 'In een hermelijnen mantel gehuld hield ik gedurende die tijd elke dag een poëzieontbijt met de koningin.'

Leuk foefje
De Dagkalender heeft wel een heel leuk foefje in zich. De verwijzing naar het medium zelf. Zo bevat de kalender van Meulenhoff op 4 oktober het gedicht 'Scheurkalender' van Cees Buddingh’. Om vervolgens af te sluiten op 30 december met 'Het einde' van Inge Boulonois: 'De scheurkalender op zijn dunst.' Weliswaar volgt nog een vers op 31 december, maar het luidt het jammerlijke einde in van Meulenhoffs Dagkalender. Een fenomeen dat misschien al met de dood van Hans Warren verdwenen was.

Met Komrij is een waardige opvolger gevonden.

Almere, 20 december 2011

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top