Denkt Benali aan Mulisch, of denkt Mulisch aan Benali

  • 0

Een alchemist op zoek naar de hoogste staat van verlichting. Hij kent het werk De Goddelijke Komedie beter dan de schrijver Dante zelf dit werk zou kennen. Hij is altijd ironisch over zichzelf. Hij voelt zich jong voorbestemd tot grote daden, maar weet nog niet welke. Hij is gaan schrijven uit verveling. Hij wacht ieder jaar op het telefoontje dat de Nobelprijs voor de Literatuur hem is toegekend. Nee, het gaat niet over Harry Mulisch, maar over de schrijver Felix Opland in Abdelkader Benali's novelle De eeuwigheidskunstenaar.

De novelle heeft wel alles met Harry Mulisch te maken. Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag gaven zes schrijvers de nestor van de Nederlandse literatuur een cadeau in de vorm van een novelle. Deze boeken zijn geïnspireerd op het werk van de meester. De eerste in de reeks is Abdelkader Benali. Met De eeuwigheidskunstenaar pakt hij het hele oeuvre van Mulisch bij elkaar. Het lijkt wel of hij bij het schrijven tussen alle romans, verhalen, novellen en essay's van de schrijver zat in kleermakerszit, steeds een nieuw boek pakte en de bladzijden liet bladeren, ergens willekeurig stopte en de pagina die hij vasthield eruit scheurde. Al deze bladzijden op elkaar geklit vormen de novelle van Abdelkader Benali. Het boek sluit qua stijl en thematiek naadloos aan in het oeuvre van Mulisch.

De novelle van Abdelkader Benali vertelt het verhaal van de schrijver op leeftijd Felix Opland. Hij is op weg naar het vliegveld voor een reis naar Italië, om daar een belangrijke literaire prijs in ontvangst te nemen. Op het toilet van het Italiaanse vliegveld ziet hij zichzelf in de spiegel, maar dan vijftig jaar jonger. Het vreemde is dat niemand het ziet, behalve hijzelf. De mensen die het wel zien, vallen in het ongeluk. Zo sterft de regisseur van het interview voor de Italiaanse televisie door een meteorietinslag, kort ervoor heeft hij de verjonging van Opland gezien op de opgenomen beelden van het interview. De Marokkaanse Karim Omri, taxichauffeur en bewonderaar van Opland, valt in coma als hij aangereden wordt door een brommer. Dit gebeurt kort nadat hij de verjonging ontdekt.

Met De eeuwigheidskunstenaar kruipt Adelkader Benali als een leerling in de huid van de meester. Naast de sfeer neemt hij geraffineerd de stijl over en neemt de gedaante van een kameleon aan, de novelle zou zo door Mulisch geschreven kunnen zijn. De materie, een schrijver ontdekt dat hij plotseling vijftig jaar jonger is geworden en draagt dat met zich mee als een geheim. Iedereen ziet het, maar zwijgt. Als je dat zwijgen verbreekt, moet je het met de dood of een coma bekopen. Thema's die rechtstreeks uit de wereld van Mulisch komen. Ook het gegeven van de eeuwige jeugd, waar Mulisch naar refereert in zijn theorie rond de absolute leeftijd, neemt Benali over. Voor Mulisch ligt deze leeftijd bij zeventien.

Abelkader Benali zoemt als een bij van bloem naar bloem en weet zo het hele oeuvre van Mulisch op te roepen in de gedachten van de lezer. De meteorietinslag die een mens dood: Ontdekking van de hemel. Zelfs de vraag van Mimmie 'Hoe vaak gebeurt dat nu eigenlijk', roept het antwoord van de Ontdekking op. Daar refereert de verteller naar een priester die in de achttiende eeuw getroffen wordt door een steen uit het heelal. Het ontdekken van het geheim is voor Mulisch en Benali genoeg reden om het hogere in te laten grijpen.

Geweldige zinnen roept Benali op, zoals de zelfspot, die zo herkenbaar is voor Harry Mulisch. Zinnen als 'Hij dacht aan Dante. Nee, Dante dacht aan hem!' Prachtige zinnen waar ik van geniet. Of de theorietjes die breedsprakig van de hand worden gedaan. Zoals de opmerking van de schrijver Felix Opland aan zijn uitgever, Uitgeverij Het Driftige Konijn, als hij hem over zijn nieuwste roman vertelt:

Creatie en tegencreatie. Creatie is de kracht van de jeugd, is de gave van de zonderling, de naïeveling, de persoon die als een Don Quichot nieuwe horizonten wil ontdekken. Dan is er de tegencreatie en dat is de onvermijdelijkheid van alles: de dood. De dood maakt een portret van ons dat we aan het einde van ons leven in handen mogen nemen. Toch heeft de tegencreatie aandeel in veel creatie. (86)

Het doet er niet toe, of deze theorietjes kloppen, maar ze doen op z'n minst de wenkbrauwen fronsen.

De verjonging van vijftig jaar zet Felix Opland tot het schrijven van een roman. Vervolgens wordt het verhaal van de geneticus Man verteld. Man boekt wetenschappelijk succes, maar verliest zijn geliefde door aids. Een thematiek die vertrouwd klinkt in het oeuvre van Mulisch. Tegelijk combineert de verteller dit element prachtig met de novellen Dood in Venetie en Tonio Krüger van Thomas Mann. Venetië en Thomas Mann, een stad en een schrijver waar Mulisch nauwelijks over geschreven heeft, maar die sterk aanwezig zijn in zijn oeuvre.

De meester en de leerling komen elkaar in De eeuwigheidskunstenaar tegen in het personage van de Marokkaanse taxichauffeur Karim Omri. Hij is de 'Tonio' voor Felix Opland. De islam en de actualiteit sluipen de novelle binnen en de oorlog in Irak vermengt zich met de oorlog van Mulisch. De oorlog van Mulisch is de Tweede Wereldoorlog en de bijbehorende schuldvraag zoals hij die beschrijft in Het stenen bruidsbed uit 1959. In het raadselachtige 27e hoofdstuk haalt 'de jongen' een klein meisje uit het puin. Hij moet haar uit een smalle spleet halen. De vergelijking die volgt is Mulischiaans:

Eén ding wist hij op dat moment zeker: hij zou haar roep nooit meer vergeten, deze echo van een dood die was blijven leven. Het voelde alsof hij het kind dat daar bekneld zat ter wereld ging brengen. Alsof hij de spleet groter moest gaan maken. Het voelde alsof haar geboorte ook zijn geboorte was. Alsof hij met zijn hand stof tot leven had gewekt. (110)

Soms draaft Benali door in het overnemen van de eigenaardigheden van Mulisch. Dan klinkt het een beetje flauw en gaat het bijna irriteren. Gelukkig duwt de verteller deze flauwigheden snel aan de kant, want de spitsvondigheid van de imitatie overheerst in De eeuwigheidskunstenaar. Benali laat zien dat hij de meester met gemak nabootst en bijna overtreft. Voor de echte overtreffende trap, de emulatio, is De eeuwigheidskunstenaar iets te luchtig. Dat betekent niet dat het niet meesterlijk geschreven is. Abdelkader Benali demonstreert juist dat hij dit genre goed beheerst.

 

Abdelkader Benali: De eeuwigheidskunsenaar. Amsterdam: De Bezige Bij, 2007. ISBN: 978 90 234 2651 6. Prijs: € 14,90. 112 pagina's.

 
 
Almere, oktober 2007

 

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top