Colloquium Neerlandistiek: 13 en 14 maart 2015, Pretoria

  • 0

Fotobron: https://twitter.com/marisagerards

 

Een toonzetting van de kleurrijke gedichten van Rodhan al Galidi, een gesprek tussen de Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden en de  Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering, de ingenieuze taalvondsten in de poëzie van Paul Bogaerts en de verfilming van De helaasheid der dingen: dé ingrediënten voor een geslaagd Colloquium Neerlandistiek, gehouden op 13 en 14 maart in Pretoria.

Op initiatief van het Noordelike Kennisnetwerk vir Neerlandistiek (NKN) bezochten de Nederlandstalige schrijvers die te gast waren op de Neerlandistiekdag van het US Woordfees in Stellenbosch dit jaar ook het noorden van het land. Met financiële steun van de Nederlandse Taalunie en met medewerking van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden en de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering vond voor de eerste keer het colloquium plaats op de campus van de Universiteit Pretoria (UP), georganiseerd door het Departement Afrikaans. Neerlandici vanuit het hele noorden van het land waren afgereisd naar Pretoria om het colloquium bij te wonen.

Op het programma van het openingsconcert op vrijdagavond stonden toonzettingen van Afrikaanse en Nederlandse gedichten op het programma. Naast oa NP van Wyk Louws “Dat alle liefde” en AD Keets “Dit is laat in die nag” klonken ook gedichten van Rodhan al Galidi door het Musaion. Componist Alexander Johnson heeft speciaal voor de gelegenheid twee van zijn gedichten getoonzet. De kenmerkende korte zinnen van Al Galidi’s poëzie lijken op het eerst gezicht moeilijk samen te gaan met klassieke muziek. De uitkomst van Johnson’s toonzetting is echter verrassend. Al Galidi, afkomstig uit de droge woestijn en tegenwoordig levend in wat hij noemt “het koninkrijk van het water”, gebruikt in zijn poëzie veel beelden van de zee, havens en golven. De golf uit zijn gedicht “Vredesbespreking van het hart van Zorro met de rust” leent zich er goed voor om vertaald te worden in muzikale klanken. Pianist Jannie le Roux en sopraan Hanli Stapela slaagden er goed in om de muziek het ritme van de woorden te laten volgen:

... ik wil je volgen
zoals de golf de golf.
Ik wil in je reizen
zoals de golf in de golf.

Al Galidi was erg onder de indruk: “Dit is de eerste ontmoeting met Zuid-Afrika en tussen mijn poëzie en klassieke muziek. Ik vond het heel bijzonder.”

Rodhan Algalidi (foto: wikipedia)

Zaterdagochtend begon het programma met een korte introductie waarin prof. Andries Visagie van het departement Afrikaans aan UP benadrukte dat het Afrikaans niet op een mooie dag uit de lucht is komen vallen, maar dat er een verbondenheid is tussen het Afrikaans en het Nederlands. Eerste Ambassadesecretaris Pers en Culturele Zaken van de Nederlandse ambassade, Jeroen-Louis Martens, ging kort in op het belang van de beheersing van de Nederlandse taal, ook, of juíst, in tijden van internationalisering en globalisering.

Hierop volgde een paneldiscussie over de functies van de Nederlandse ambassade en de Vlaamse Afvaardiging in Zuid-Afrika. Onder leiding van prof. Andries Visagie spraken de Nederlandse ambassadeur Marisa Gerards en de Vlaamse afgevaardigde Geraldine Reymenants over de mogelijkheden en de onmogelijkheden van het vertegenwoordigen van hun land en cultuur in Zuid-Afrika, specifiek op het gebied van taal en cultuur. De crisis en bezuinigingen kwamen ter sprake en op de vraag of er nog voldoende geld is om mooie culturele projecten op de been te brengen antwoordde Reymenants dat ze vreesde dat er nooit genoeg geld is voor cultuur. Toch zijn er voldoende mogelijkheden om de Vlaamse cultuur te vertegenwoordigen. Sinds een jaar heeft de Afvaardiging als slagspreuk “Flanders, State of the Art”, wat verwijst naar het streven om de beste Vlaamse kunstenaars naar Zuid-Afrika te halen. De Vlaamse architectuur, literatuur, mode en dans zijn van een dusdanig hoog niveau, dat veel kunstenaars een steuntje in de rug niet nodig hebben om internationaal te gaan. Voor hen die dat wel nodig hebben stimuleert de Afvaardiging vooral de relaties tussen Zuid-Afrikaanse en Vlaamse organisaties en wordt er aangesloten bij grote, bestaande projecten zoals festivals, waardoor een groter publiek bereikt wordt.

Ook Gerards benadrukte dat de culturele sector vooral een creatieve sector is waarbinnen ook zonder tussenkomst van de Nederlandse ambassade al veel gebeurt. Kunstenaars hebben op innovatieve wijze nieuwe manieren van financiering gevonden. De ambassadeur benadrukte dat het beleid van de Nederlandse regering gericht is op samenwerking met alle elf de officiële taalgroepen die Zuid-Afrika rijk is. Uiteraard is er erkenning voor het feit dat het Afrikaans en Nederlands een gedeelde geschiedenis hebben, maar projecten die alle talen omvatten krijgen grote belangstelling.

Reymenants sloot hierop aan met de opmerking dat er ook in Vlaanderen zelf hard gewerkt wordt aan de beeldvorming van het Afrikaans. De misvatting dat het Afrikaans exclusief de taal van de Afrikaners is wordt geprobeerd te veranderen, door op een inclusieve manier samen te werken met organisaties.

Vooral voor de studenten zijn uitwisselingsmogelijkheden interessant. Tussen verschillende universiteiten in België, Nederland en Zuid-Afrika bestaan vaak al jarenlange uitwisselingsverbanden. Deze programma’s hebben geen hulp of tussenkomst vanuit de diplomatie nodig. Wel opent het Nederlandse Ministerie van Onderwijs binnenkort een speciaal kantoor in de Nederlandse ambassade, voor de ondersteuning van uitwisseling tussen universiteiten.

Na de paneldiscussie kwamen persoonlijke ervaringen als student in Nederland aan bod. Ruan Coetzer benadrukte dat het Nederlands dat je op de universiteit leert Standaardnederlands is dat niemand spreekt. Daarom is het belangrijk om de taal in Nederland te horen, met alle verschillende accenten en binnen de context van de Nederlandse politiek en cultuur. Martina Vitackova vertelde over de soms onverwachte plaatsen in Europa waar Afrikaans gedoceerd wordt: van Poznán tot Olomouc.

Ter afsluiting van het ochtendprogramma vertelde Renée Marais over verschillende vertaalprojecten. Bij de verhandeling over de vertaling van Hella S. Haasse’s Oeroeg kwam ook de vertaling van boek naar verfilming aan bod.

Na de lunch lazen Paul Bogaert en Rodhan al Galidi voor uit eigen werk. Paul Bogaert gaf aan zich tijdens het Woordfees bewust te zijn geworden van de verschillen in de woordenschat tussen het Afrikaans en het Nederlands. Om zijn gedichten toegankelijker te maken voor zijn hoofdzakelijk Afrikaanstalig publiek gaf hij eerst de betekenis weer van een aantal Nederlandse woorden zoals peignoir, zeem en doorligwond. De visuele ondersteuning bij zijn gedichten maakte dat ze ook voor minder geoefende lezers van het Nederlands goed te volgen waren.

Zijn gedicht “Het moederhart” is in Stellenbosch door 12 studenten vertaald. Omdat geen van de vertalingen perfect was, heeft hij zelf een zeer geslaagde vertaling samengesteld uit de 12 gedichten.

Bogaert gaf aan dat de taal zijn inspiratiebron was en omdat de maatschappij en de mensen bestaan uit taal, sluipt de samenleving zijn poëzie in als thema. Hoewel sommige elementen uit de Belgische samenleving, zoals een subtropisch zwemparadijs, in Zuid-Afrika wat minder bekend zijn, sloegen zijn gedichten ook in Pretoria aan bij het publiek en werden bewonderend ontvangen.

Rodhan al Galidi gaf aan dat hij dichter was geworden in het Nederlands door zo kort en zo vaag mogelijke zinnen te schrijven. Zijn verbondenheid met het Afrikaans en Zuid-Afrika bestond tot voor kort uit het schrijven van een jubelgedicht over Antjie Krog en het lezen van Arabische gedichten over Nelson Mandela. Ook zijn voorlezing was een groot succes.

Om op een zonnige zaterdagmiddag een groep Neerlandici in een collegezaal te krijgen heb je een goede airco en een boeiende film nodig. Beiden waren aanwezig tijdens het middagprogramma. De verfilming van de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulsts De helaasheid der dingen hield het publiek goed wakker. De vergelijking met Marlene van Niekerks Triomf is snel gemaakt, maar, was het algemeen heersende gevoel, ter wille van de sfeer is het goed dat De helaasheid der dingen op een positieve noot eindigt. Voor degenen die het boek hadden gelezen sloot de lezing van Renée Marais over de vertaling van boek naar film goed aan op het middagprogramma. Het colloquium werd afgesloten met een feestelijk diner.

Het eerste Colloquium Neerlandistiek was succesvol. Studenten en docenten uit Bloemfontein, Potchefstroom, Johannesburg en Pretoria kregen de gelegenheid om het bezoek van twee vooraanstaande Nederlandstalige schrijvers aan Zuid-Afrika mee te maken. Ook voor de twee schrijvers zelf was het verrijkend om niet alleen Stellenbosch en een deel van de West-Kaap te bezoeken, maar om ook kennis te maken met een ander deel van het land. Met de ondersteuning van de Nederlandse en Vlaamse regeringsvertegenwoordigers bevestigt het Noordelike Kennisnetwerk vir Neerlandistiek met het bezoek van de dichters Paul Bogaert en Rodhan al Galidi de positie van de neerlandistiek in het noorden van Zuid-Afrika.

 

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top