Boekenweek 2013: Gouden tijden zwarte bladzijde

  • 0

Boekenweek 2013: Gouden tijden zwarte bladzijden

Hendrik-Jan de Wit

De Boekenweek is weer losgebarsten. Speciaal op verzoek van de boekhandelaren is hij een paar dagen later dan normaal begonnen. Niet vanaf woensdag maar vanaf zaterdag krijgen kopers van een boek er een gratis boekenweekgeschenk bij.

Dit jaar is het boekenweekgeschenk geschreven door Kees van Kooten. Het draagt de titel: De verrekijker. Een boeiend verhaal over Van Kootens vader aan de hand van een verrekijker en een logboek over de mobilisatie en de eerste oorlogsdagen.

Naast het gratis boekje, kunnen belangstellenden ook het boekenweekessay erbij kopen voor 2,50 euro. Nelleke Noordervliet is de auteur van De leeuw en zijn hemd. Een sprankelend essay waarin ze de discussie aangaat met de historische figuren uit het verleden. Met een hedendaagse, kritische blik kijkt ze naar de helden uit de Gouden eeuw en het kolonialisme.

Lees de bespreking van De verrekijker: 'Altijd weer die oorlog'.

Titel: De verrekijker
Auteur: Kees van Kooten
Uitgever: CPNB
ISBN: 978 90 596 5191 3
Prijs: gratis bij besteding van € 12,50 aan boeken
Pagina’s: 96

Kees van Kooten (1941) behoort tot de generatie mensen die de oorlog net niet of niet bewust heeft meegemaakt. Deze generatie mist de gedeelde geschiedenis van hun ouders en grootouders: de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Maar deze generatie draagt het verhaal meer bij zich dan wie dan ook. Het verhaal van de oorlog is ze met de paplepel ingegoten. Zo domineert de oorlog hun leven: altijd weer die oorlog.

En als je opruimt, stuit je vaak op vergeten of verdrongen geschiedenissen. Kees van Kooten stuit op de verrekijker en zijn vaders logboek uit de oorlogsjaren, het 'monumentale mobilisatie- en oorlogsalbum'. Beide voorwerpen helpen Kees van Kooten bij het schrijven van zijn boekenweekgeschenk De verrekijker. Jean-Henri Fabres

Het lezen van Jean-Henri Fabres’ (1823-1915) ode aan zijn minimalistische bureautje brengt Kees van Kooten tot de opruimdrift. Van Kooten haalt immers nooit iets uit zijn bureaulades, hij propt er alleen maar dingen in.

'Dingen voor zolang te bewaren, die ik daarna dan weer kwijt was, maar vervolgens nooit echt miste.
Ik moest afstappen van het hooghartige waanidee dat ik nog alle tijd had.'

Zo ontstaat het verhaal van de verrekijker, door Kees van Kooten steevast de 'verderkijker' genoemd. Het verleden wordt dichterbij gehaald en scherp gesteld als door de lenzen van de verrekijker: 'Je moet met beurtelings dichtgeknepen ogen het oculair blijven scherp stellen totdat de twee lensrondingen samenvallen en één grote cirkel vormen'. Zo zoekt Kees van Kooten naar het verleden van zijn vader. Die oorlog waarover hij het zo graag had en waarover zijn moeder niet meer zo nodig hoefde te horen.

Logboek
Het logboek behandelt het begin van de oorlog. De tijd waarin Van Kootens vader werd gemobiliseerd en vocht tegen de Duitsers. In die periode vordert sergeant Van Kooten een verrekijker van een meneer Treurniet uit Berkel en Rodenrijs. Dat blijkt uit een brief die los achterin het logboek ligt. Voor zoon Kees van Kooten is het duidelijk, het gaat in die brief om de verrekijker die hij in zijn hand houdt. De vraag is waarom juist zijn 'gezagsgetrouwe' vader tot het achteroverdrukken van deze verrekijker kwam.

De zoon gaat op onderzoek uit. Niet eenvoudig. Archieven hebben de correspondentie van weleer niet meer bewaard. Kees van Kooten schrijft enkele mogelijkheden over hoe de vordering gegaan zou kunnen zijn: 'In alle scenario's die ik fantaseer rond het voorval dat zich in Berkel en Rodenrijs moet hebben afgespeeld gaat hij [Kees' vader, HJdeW] vrijuit; het zijn stuk voor stuk synopsissen waarin hij volledig wordt gerehabiliteerd. ' (28)

Beschouwingen
Gelukkig bestaat het boek niet alleen uit de verschillende synopsissen, maar ook uit beschouwingen over het verleden. Over de pofbroek, oude foto's, boeken en de bijbehorende boekenkasten. Stuk voor stuk beschouwingen met een hoog 'opa-vertelt'-gehalte. In de beschouwing over de pofbroek, laat Kees van Kooten zich gelukkig ook meenemen in zijn eigen schrijfproces. Als hij per ongeluk 'kleeftijd' typt, komt een leuke verhandeling over schrijven:

'Hier! Vertik ik het weer! Dat gebeurt mij deze maand nu al zeker voor de honderdste keer. Wanneer ik met de hand schrijf maak ik zulke missers nooit en op de typemachine overkwam mij dit vroeger niet half zo vaak, omdat de afstand tussen de toetsen groter was.

Wanneer je er desondanks even naast zat priemde je linker- of rechterwijsvinger nog in een onschadelijke diepte.' (70/71)

Dan behandelt Van Kooten het schrijven van de schrijfmachine naar het handschrift. Hij komt tot een droevige conclusie: 'Mijn generatie is wellicht de laatste generatie kinderen van wie de meeste ouders prachtig konden schrijven, wat een belangrijke reden was om trots op te zijn.' (73)

Deelgenoot schrijfproces
Kees van Kooten maakt zijn lezers deelgenoot van het schrijfproces. Je schuift bij hem aan het bureau en mag over zijn schouder meelezen. De schrijver schuwt niet zichzelf te onderbreken als zijn laptop 'bliebt'. Dan komt er een mailtje binnen op zijn laptop. Het zijn instellingen en archieven die hem niet verder kunnen helpen. Van Kooten zal zelf op onderzoek uit moeten. Hij pakt de telefoon en belt de Treurnieten op: 'Om de Berkel en Rodenrijsse neringdoenden niet te storen, doe ik dit op drie Europacupvrije avonden, tussen halfnegen en halftien.' (86)

Na acht telefoontjes stuit hij op de kleinzoon van de vroegere eigenaar van de verrekijker. Het brengt hem bij de 82-jarige dochter van de man die de verrekijker terugvorderde. Kees van Kooten krijgt het verhaal dat hij niet bedacht had kunnen hebben. Al heeft hij aan het begin van het boekenweekgeschenk zelf de afloop al verraden. Hij vertelt daarin hoe hij vroeger door de 'verderkijker' keek met zijn vader achter hem gehurkt. En hij 'tweemaal Schip ahoy! [moest] roepen, denkelijk omdat mijn grootvader, machinist op de wilde vaart, twee jaar daarvoor was overleden.' (2)

Geweldig, zulke terloopse zinnen. En dat al aan het begin. Van Kooten heeft in een schijnbaar van de hak op de tak-verhaal een duidelijke lijn. De zijpaden markeren de hoofdweg. Net als de beeldspraak van de verrekijker: hoe de verrekijker het beeld van ver dichtbij haalt, maar dat wat dichtbij staat misschien over het hoofd ziet. De verrekijker geeft veel leesplezier. Dan neem je de verheerlijking van het vroeger voor lief.

Jan Mulder
Het boekenweekgeschenk van Kees van Kooten heeft daarmee grote overeenkomsten met Jan Mulders Doodstil. Dit boekje van deze generatiegenoot verscheen in de maand van de spiritualiteit en laat eenzelfde stemgeluid horen. Het lijkt of deze generatie de eigen verworvenheden (een welvaart met computers en windmolens) afkeurt en het vroeger verheerlijkt. Terwijl ze zich eertijds zo afzetten tegen dat vroeger van hun ouders. Het is misschien de tol die de ouderdom eist.

Temidden van de weelde van nu, past een stukje spiritualiteit, bezinning en hang naar het verleden. De ouders zijn dood en dat vraagt om een herbezinning van het verleden. Het logboek van weleer is eindelijk uit de kast gehaald en gelezen. Op tijd. Dat zeker. Het biedt een glimp van een verleden dat niet meer terugkomt. Over een oorlog waarvan de laatste getuigen hem niet meer (bewust) hebben meegemaakt.

  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top