Goede Hoop, Rijksmuseum en Vrije Universiteit Amsterdam inspireren tot het opruimen van de brokstukken van het kolonialisme

  • 2

De tentoonstelling Goede Hoop. Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600 sluit op 21 mei haar deuren. Het succes is overdonderend geweest, de opkomst massaal. Het Rijksmuseum heeft de bezoekers herinnerd aan het koloniaal verleden van Nederland, maar tegelijkertijd alles in het werk gesteld om er een verwerkt verleden van te maken. In NeerlandiNet-bijdragen van 17 januari, 3 en 28 februari is er al uitgebreid stilgestaan bij het unieke initiatief. In het kielzog van de tentoonstelling heeft het Rijksmuseum in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) het wetenschappelijk symposium Goede hoop voor een nieuwe generatie ingericht. Dat vond plaats in het auditorium van het Rijksmuseum op 5 april. In deze NeerlandiNet-bijdrage zal specifiek worden ingegaan op het gedenkwaardige symposium, dat zich tot doel stelde de brokstukken van het kolonialisme op te ruimen.  

Rijksmuseum Amsterdam waar de tentoonstelling Goede Hoop. Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600 al meer dan 100 000 bezoekers aantrok

Martine Gosselink, hoofd geschiedenis van het Rijksmuseum, bijt als gastvrouw de spits af in het nokvolle auditorium. Luisteren naar de stem van Zuid-Afrika en het uitwisselen van ideeën over onderwijs en cultuur staan centraal in het symposium. Zuid-Afrika is het land met de oudste kunst in de wereld, met rotsschilderingen van het San-volk van zeventigduizend jaar geleden. De aankomst van de Nederlanders in de 17e eeuw stelt maar een stipje voor op de tijdlijn, maar de effecten van hun invasie zijn enorm geweest en nog altijd duidelijk zicht- en voelbaar vandaag. Als er zoveel lijden en onderdrukking mee gemoeid zijn geweest, kan je je moeilijk voorstellen dat de kolonisatie ook maar één positief effect heeft gehad.

Martine Gosselink, hoofd afdeling Geschiedenis Rijksmuseum, bijt als gastvrouw de spits af in het nokvolle auditorium

Onderwijs transformeert het leven van mensen volledig. Op het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen apartheid nog volop woedde, konden de meeste zwarte studenten die daarvoor talenten hadden hun studies niet voortzetten en konden zij geen meesters- of doctorsgraad behalen. In 1987 is de VU Gelijke Kansen Raad gestart met het baanbrekende initiatief om beurzen toe te kennen aan Zuid-Afrikaanse studenten uit achtergestelde groepen zodat zij aan de VU konden voortstuderen. André Ran, thans academisch directeur van het VU Desmond Tutu Programma, beschrijft hoe het programma in 1987 onmiddellijk werd geïmplementeerd. Het heeft ondertussen het leven van veel Zuid-Afrikaanse studenten in goede banen geleid.

Seada Nourhussen, journalist bij de Nederlandse kwaliteitskrant Trouw, fungeert als bevlogen moderator. Zij nodigt het publiek, dat zojuist ook de tentoonstelling Goede Hoop heeft bezocht, uit om van register te veranderen. De tentoonstelling is maar het opstapje. Het symposium gaat nu dieper in op onderwijskansen, culturele uitwisseling, dekolonisatie en de Zuid-Afrikaanse jonge generatie, de born-frees.

Mamokgethi Phakeng, wiskundeprofessor en deputy vice-chancellor on research and internationalisation aan de Universiteit van Kaapstad, gaat er fel tegenaan in haar betoog over het dekoloniseren van de universiteit en de curricula. Haar betoog grijpt je naar de keel en laat je achter met vragen waarop je het antwoord schuldig blijft. In 2009 konden de Zuid-Afrikaanse jongeren nog worden omschreven als apathisch en kritiekloos. Zij (de born-frees, de Mandela-generatie, de zwarte diamanten) waren zich niet bewust van de strijd die hun leven had verbeterd. In 2012 kon de jeugd nog worden omschreven als overwegend optimistisch en zeker niet geneigd om zich te wreken voor de apartheid of ongelijkheid. Maar in 2015 was het tij dramatisch gekeerd. Het studentenprotest greep wild om zich heen. De zwarte studenten wilden het koloniale juk dat nog altijd hun bewegingsvrijheid in het onderwijs sterk beknot afwerpen. De protestbeweging breidde zich in een mum van tijd uit van de Universiteit van Kaapstad naar veertien universiteiten. Het massale verzet richtte zich tegen het gebruik van het Afrikaans als onderwijstaal, maar vooral tegen het alomtegenwoordig zijn van de conventionele koloniale canons van de wetenschap in de curricula. Er is geen plaats voor de great black minds, voor inheemse kennis, voor een authentieke benadering van het globale zuiden. Het gaat lang niet alleen om het laten varen van een chauvinistische opvatting over onderzoek en innovatie (European greenhouses under African skies), maar over de integratie van culturele diversiteit en inclusiviteit, wat een heel stuk ambitieuzer en toekomstgerichter is dan het louter tolerant zijn. Phakeng is ervan overtuigd dat de epistemische burchten die in de 19e-en 20ste eeuw steen per steen zijn opgebouwd, moeten worden gesloopt. Daarvoor is politiek activisme nodig. In Zuid-Afrika is dat altijd een positieve kracht geweest, die al vaak in de strijd voor vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkheid is ingezet. Daarvoor is ook radicalisme nodig van het soort dat de universiteit terug kan uitvinden en herontdekken in een extreem snel evoluerende samenleving, van het soort dat bijzondere zorg besteedt aan de kwetsbare bevolkingsgroepen die in het onderwijs niet aan hun trekken komen. 

Mamokgethi Phakeng, deputy vice-chancellor on research and internationalisation, Universiteit van Kaapstad, houdt een indringende lezing over dekolonisatie van het onderwijs en de curricula

Onrust aan de universiteit is een universeel fenomeen, zo betoogt Vinod Subramaniam, rector magnificus van de VU. Deze onrust doet zich niet alleen voor in Zuid-Afrika. Zij doet zich voor overal ter wereld, vooral omdat het academisch onderwijs het middel bij uitstek is waarmee beloftevolle jongeren kunnen ontsnappen aan richtingen die niet de hunne zijn (*). Waarom worden er bijvoorbeeld in filosofie-curricula alleen maar dode witte mannelijke filosofen opgevoerd? Universiteiten mogen er prat op gaan dat ze veel internationale studenten hebben. Het voornaamste is echter dat deze studenten in nauw contact komen met rolmodellen die hen vertrouwd maken met etnische en culturele superdiversiteit en met de extreme complexiteit van de hedendaagse samenleving. Vinod Subramaniam, die zelf in India is opgegroeid en gretig gebruik heeft gemaakt van het onderwijs om maatschappelijk te emanciperen, is voorstander van het soort radicalisme dat activisme ziet als een belangrijk deel van het universitaire leven. Dat radicalisme werkt in de hand dat studenten kritisch denken, vragen stellen, uitdagen, construeren en deconstrueren, dat zij activisme ontplooien dat open staat voor een aanhoudende respectvolle dialoog. Dit laatste is van kapitaal belang. De Amerikaanse filosofe Judith Butler, die toevallig nu speciale gast is aan de VU, drukt het heel gevat uit: zelfs in de ruimte van het activisme moet er tijd zijn voor reflectie.

Ook voor Phakeng is de hoogst bereikbare opleiding de beste manier om aan de armoede te ontsnappen. Er bestaan nog veel vooroordelen over zwarte mensen, maar de grote kunst is om deze vooroordelen om te vormen tot voordelen. “Ik mag dan wel zwart zijn”, zo zegt zij, “maar ik ben er trots op dat ik zwart ben en wit zijn is helemaal niet cool.” Al te lang is in Zuid-Afrika opleiding uitsluitend een process of whitening geweest. Het wordt hoog tijd dat opleiding ook een process of blackening kan zijn en dat het zwart zijn maatschappelijk wordt gecelebreerd. Met al deze bruisende ideeën in het achterhoofd opent Seada Nourhussen de paneldiscussie die niet zoals weleer het gedachtegoed van de VOC uitvoert naar Zuid-Afrika, maar omgekeerd de culturele en etnische rijkdom van de regenboognatie springlevend maakt in Amsterdam.

Innocentia McKenzie, Kiza Magendane, Jessica de Abreu, Seada Nourhussen (moderator), Rethabile Mawela en Emmanuel Mgqwashu (vlnr) debatteren over het Zuid-Afrikaanse protest om de onderwijsinstituties te transformeren

Rethabile Mawela is doctoraatsstudent aan de Rhodes Universiteit. Op de vraag of zij bij haar rondgang doorheen de zalen van de tentoonstelling beklemmende ruimtes is tegengekomen, antwoordt zij heel direct. De ruimte van de wetenschap, want in haar leven speelde de wetenschap zich niet af in musea maar in het werkelijke leven, en de Bank, het oersymbool van de apartheid, hebben haar verontrust. Zij herinnert zich heel levendig dat zij als kind met haar familie van Lesotho reisde naar de Vrijstaat omdat haar vader daar een nieuwe parochie kreeg. Omdat de honger toesloeg, stapten de kinderen nietsvermoedend een winkel binnen maar onmiddellijk werden zij buiten gekeken. Haar ouders waren braaf aan de ingang blijven wachten. Rethabile realiseerde zich onmiddellijk dat zij als een vreemdeling was terechtgekomen in een land waar ze niet thuishoorde.

De Bank, het oersymbool van de apartheid (tentoonstelling Goede Hoop, Rijksmuseum, Amsterdam, 2017)

Emmanuel Mgqwashu is professor aan de Rhodes Universiteit, waar taal, het onderwijzen en de ontwikkeling van geletterdheid zijn vak is. Vaak zijn volgens hem de plaatsen die mensen triggeren en die ze zich in hun dromen blijven herinneren, geen aangename plaatsen. Vaak zijn tentoonstellingen alleen maar plaatsen van amusement. Maar zij kunnen ook plaatsen zijn om kinderen, hun ouders en grootouders op te voeden, om de mythe van de blanke superioriteit te doorprikken en om voor iedereen een betere wereld te creëren. Het beeld van zijn oom die in een publieke telefooncel zijn baas opbelde, zal Emmanuel nooit vergeten. Dat beeld blijft hem achtervolgen. Wanneer zijn oom daar stond, nam hij zijn hoed af zodra het gesprek startte.

Het debat krijgt nog een fijner reliëf wanneer de jonge sprekers aan het woord komen.

Innocentia McKenzie is pas afgestudeerd aan de Universiteit van KwaZulu-Natal. Studeren aan de universiteit is een uiterst kostelijke zaak in Zuid-Afrika. Voor kinderen uit working class families (ik aarzel om de Nederlandse term arbeiderskinderen te gebruiken omdat deze de Zuid-Afrikaanse realiteit zo weinig dekt) vormt het inschrijvingsgeld van R30 000 een enorme drempel om universitaire studies aan te vatten, een drempel die voor haar belangrijker is geweest dan bijvoorbeeld de taalbarrière. Voor Innocentia is er maar één uitweg uit het slop en dat is fors meer investeren in het onderwijs en alle mogelijke onderwijskansen geven aan de ontzaglijk grote groep geblokkeerde jongeren, de toekomstige ruggengraat van Zuid-Afrika.

Kiza Magendane is een jonge schrijver en heeft African Students United, de eerste studentenunie voor Afrikaanse studenten in Nederland, en meer bepaald voor Afrikaanse studenten die hun wortels hebben in Amsterdam, mee opgericht. Hij staat er versteld van dat, terwijl de meeste instituties waarmee hij in contact staat nog altijd witte instituties zijn (de universiteiten, culturele instellingen, enz), Amsterdam de meest multiculturele en meest gastvrije stad is die hij kent. Voor de buitenlandse studenten is er via de social media ruime gelegenheid om lokaal verankerd te blijven en zelfs solidair te zijn met studenten van over de hele wereld wanneer hun belangen op het spel staan. Kiza breekt een lans voor een betere opleiding van de Afrikaanse kinderen in Nederland. Voor hen is het bijzonder moeilijk om hun weg te vinden in het getrapte onderwijssysteem. Al te vaak blijven zij daar vastzitten op het laagste niveau.

Jessica de Abreu studeerde sociale en culturele antropologie aan de VU, zit in het bestuur van New Urban Collective en is initiatiefnemer van het Black Archive, een bibliotheek die een collectie opbouwt van teksten over het Nederlands kolonialisme. Binnen het jaar zal de collectie uitgroeien tot vijfduizend werken. Als zwarte Europeaan geboren in Amsterdam, maar ook vanuit haar werk als documentalist, is Jessica bijzonder goed geplaatst om de wetenschapsfilosofische stelling bij te treden dat de realiteit van zwarte mensen pas bestaat wanneer witte mensen deze realiteit echt begrijpen. Maar juist dit laatste, zo waarschuwt ze, is nog altijd bijzonder problematisch. Het valt op dat nog altijd witte visies op bepaalde facetten van de werkelijkheid (Jessica haalt het voorbeeld aan van Zwarte Piet) levendig worden gehouden, maar in een multiculturele stad als Amsterdam behoort dat gelukkig hoe langer hoe meer tot het verleden.

Antjie Krog houdt een diep doorleefde lezing over hoop in de literatuur en de taal. Wanneer zij Afrikaanse poëzie voordraagt, zijn haar tweehonderd fans muisstil.

De kers op de taart van het symposium is de onvolprezen Zuid-Afrikaanse dichteres en schrijfster Antjie Krog. Zij brengt het publiek in vervoering met haar lezing over hoop in de literatuur en door Afrikaanse poëzie voor te dragen soms met een zoetgevooisde stem, soms met een gebroken stem, soms eenstemmig zoals gregoriaanse muziek, soms stokkend zoals paukeslagen, met oorverdovende stiltes er tussendoor. Haar woorden borrelen op uit de binnenste kamers en het onderbewustzijn van Zuid-Afrika. Zij drukt uit dat er in Zuid-Afrika al een lange weg is afgelegd en er nu moet worden afgestevend op een betere toekomst. Antjie Krog wil het concept epistemische ongehoorzaamheid, dat Walter D Mignolo ijkte (epistemic disobedience), toepassen op vertaalwerk. Het concept scharniert rond het willen vreemdgaan, het willen putten van kennis uit andere vindplaatsen dan degene die de westerse kennis opleveren, en dit als middel om te dekoloniseren. In het kader van het Catalytic Research Program van het National Institute for the Humanities and Social Sciences begeleidt Antjie Krog aan de Universiteit van West-Kaapland Re-animating African Ethics, Re-imagining African futures, a project for translating classical African language texts. In het project worden klassieke Afrikaanse teksten ruim toegankelijk gemaakt in de oorspronkelijke taal en in Engelse vertaling. Teksten worden vertaald uit het Zoeloe, Sesotho, Sepedi, Setswana, etc. Ze worden kritisch doorgelicht. Er wordt vooral gelet op hun inhoudelijke kern, zoals de gehechtheid aan grond, geld als abstract ruilmiddel, ziekmakende stedelijkheid, migratie die de band met thuis, de familie en de gemeenschap brutaal doorknipt. Het is ontzaglijk verrijkend om te horen hoe stemmen uit andere universums tot ons doordringen en de deur wagenwijd openzetten om vrij, di zonder koloniale smet te denken. Vandaag zijn er in Zuid-Afrika, zo beklemtoont Antjie Krog, zoveel jonge briljante schrijvers en dichters die hun buikgevoel volgen en ons binnenleiden in hun betoverende werelden: Nkosinathi Sithole, Koleka Putuma, Vonani Bila, Thando Mgqolozana, Valda Jansen, Niq Mhlongo, Ronelda Kamfer, Nathan Trantraal, Khanyi Jitsvinger, en anderen.   Voor de nieuwe generatie is er veel meer dan alleen maar hoop. Er is de vaste wil om te slagen in hun nieuwe maatschappelijk project, waar wordt samengewerkt en respectvolle dialoog centraal staat.

Veronica staat voor een schitterende foto van Pieter Hugo. Voor haar moet een land verschillende fasen doorlopen. Zuid-Afrika, pas geboren in 1994, is al heel goed opgeschoten.

Mijn gedachten dwalen af naar die zaal op de bovenste verdieping van de Philipsvleugel van het Rijksmuseum waar de prachtige foto’s van Pieter Hugo te bezichtigen zijn, feeërieke foto’s van jonge mensen, die één voor één Ubuntu uitstralen. Wanneer ik voor portret #44 sta, kom ik in gesprek met Veronica Buitenhuis-Sityo, die ook gefascineerd naar de foto staat te kijken – Veronica leidt de bezoekers rond bij de tentoonstelling. Ze vertelt me dat ze in de Transkei is geboren. Als jonge vrouw week ze uit naar Nederland, waar ze aanvankelijk in het landelijke Staphorst woonde en er zich onmiddellijk thuis voelde. Ik vraag haar naar haar indruk van de foto:  

“Dat meisje met die mooie jurk is lekker aan het genieten in het water, helemaal vrij. In Zuid-Afrika heeft de jonge generatie veel meer kansen. Het is zoals met de opvoeding van een kind, dat verschillende fasen moet doorlopen. Ook een land moet dat doen. Zuid-Afrika is geboren in 1994 en nu is er grote hoop dat alles terechtkomt en hebben jongeren veel meer kansen, in alle richtingen.”

_______

(*) Jarenlang ben ik op zoek geweest naar een gedicht dat specifiek ingaat op dit gevoel van onrust en ik heb er maar één gevonden. Dit gedicht zouden alle studenten, zwarte en witte, uit hun hoofd moeten kennen:

Voor Antje

het leren van al die verdomde vakken
heeft maar één zin
dat zo min mogelijk bazen
je kunnen dwingen in
richtingen die niet de jouwe zijn
bedenk dat leven bestaat uit ontkomen
aan krachten en wetten
waarvan je de grenzen hebt leren verkennen

D Hillenius

uit: De onrust bewaren. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1982, 65 blz.

Tekst en foto’s: Herman Meulemans

Bibliografie

Martine Gosselink, Maria Holtrop, Robert Ross, red., Goede Hoop. Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600. Amsterdam, Rijksmuseum/Uitgeverij Vantilt, 2017, 384 blz., ISBN 9789460043123

D. Hillenius, De onrust bewaren. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1982, 65 blz., ISBN 9789029519984

Pieter Hugo, 1994. Munich/London/New York, Prestel, 2017, 92 blz., 50 kleurfoto’s, ISBN 9783791382739

Walter D. Mignolo, Epistemic disobedience, independent thought and de-colonial freedom, in: Theory, Culture & Society, 2009, 26 (7-8), 1-23. ISSN 02632764

  • 2

Kommentaar

  • L.C. Branders

    The Dutch start it and a born Dutch great Apartheid (Dr Verwoerd). Now we get the blame for what our forfathers did and pay the price of their sins. Many of us would like to come back as refugee.

  • Ega Janse van Rensburg-Bonthuyzen

    Wow, as Suid-Afrikaner waardeer ek hierdie blik op ons geskiedenis deur die oë van Prof Meulemans. Ek sou dit so geniet het om hierdie uitstalling/installasie/gesprek self te beleef. Miskien kan dit 'n museum in Suid-Afrika besoek?

  • Reageer

    Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


     

    Top