Derde Gentse colloquium over het Afrikaans

  • 0

Op Vrijdag 28 Oktober 2016 jongstleden had aan de Universiteit Gent het derde internationale colloquium over het Afrikaans plaats. De congressenreeks over taal, maatschappij, geschiedenis en literatuur ging van start op 4 en 5 December 2014 ter gelegenheid van het institutionele eredoctoraat dat Breyten Breytenbach ten deel is gevallen. De toekenning van de prestigieuze titel doctor honoris causa door rector Anne De Paepe is opgeluisterd met een symposium dat als titel een versregel kreeg van de gelauwerde dichter. Breytenbach leverde toen zelf samen met dichters, historici en academische taal- en letterkundige onderzoekers een bijzondere bijdrage aan “die taal se stiltes”. Vorig jaar organiseerde het Gents centrum voor het Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika (UGent) met de steun van FWO-Vlaanderen, Internationalisation@Home en het Fonds Neerlandistiek (Stellenbosch) een tweede congres. Aan de vooravond van het colloquium dit jaar ontving Steward van Wyk (Universiteit van Wes-Kaapland) op voorstel van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte en het Sartoncomité de Sartonmedaille, een eervolle wetenschappelijke onderscheiding die elk jaar door verschillende faculteiten van de Universiteit Gent wordt uitgereikt. In de faculteitsraadzaal kreeg Van Wyk uit handen van de decaan Marc Boone en de voorzitter van het Sartoncomité Robert Rubens het diploma en de medaille uitgereikt. Bij die feestelijke gelegenheid presenteerde de laureaat een Engels- en Afrikaanstalig referaat met als titel “Om oor apartheid te skryf: die representasie van die verlede in resente Afrikaanse literêre tekste met die fokus op Swart Afrikaanse skryfwerk/Writing apartheid: the representation of the past in recent Afrikaans literary texts with emphasis on Black Afrikaans writing.” De druk bijgewoonde lezing, met collega’s uit de Lage Landen en Zuid-Afrika, kon op veel bijval rekenen. Afsluitend hadden een receptie en colloquiumdiner in Het Pand plaats.

Daags nadien stond het colloquium geprogrammeerd. Het organiserende comité heeft daarvoor twee onderzoekslijnen uitgezet. Voor de taalkundige sessies lag de nadruk op taalbeleid en Afrikaans als wetenschaps- en onderwijstaal; voor het letterkundige gedeelte is ingezet op intertekstuele en interdiscursieve relaties in de literaturen van Afrikaans en Nederlands. Voor de plenaire zitting hebben de organisatoren eminente keynotesprekers uit Zuid-Afrika uitgenodigd. Marlene le Roux van de Stigting vir Bemagtiging deur Afrikaans en Wannie Carstens (Noord-Wes Universiteit, Potchefstroomkampus) openden de werveldans met lezingen over respectievelijk “Die vergete historie van 'bruin' Afrikaans” en “Die impak van taalpolitiek op universiteite in Suid-Afrika”. Op geanimeerde wijze is door beide sprekers gepleit voor het Afrikaans als cultuur- en wetenschapstaal. Op basis van nieuw onderzoek hing Wannie Carstens geen fraai of bemoedigend beeld op van de actuele stand van zaken en de wijze waarop universiteitsbesturen Afrikaans bejegenen in hun taalbeleid. Op basis van een reeks indicatoren en (maatschappelijke) functies van taal komt het Afrikaans er vandaag steeds bekaaider vanaf. Marlene le Roux hield dan weer een vurige apologie voor het Afrikaans als bruisende (moeder)taal van zo veel bruine en zwarte Zuid-Afrikanen. Ze beklemtoonde in haar praatje het bestaan van vele variëteiten van het Standaardafrikaans en bepleitte meer rechten voor het “Kaapfrikaans”, de Kaapse variant van het Afrikaans.

Vervolgens, na deze plenaire lezingen, splitste het publiek zich op voor de taal- en letterkundige sessies. Het programma kan op de website van het Gents centrum worden nagelezen: www.afrikaans.ugent.be/programma. De referaten over taalpolitiek verliepen geagiteerd en met het verwachte animo. Er is een relevante discussie gevoerd over wat Zuid-Afrikaanse onderzoekers en veel Afrikaanssprekenden vandaag bezighoudt. Er is een nieuwe Afrikaanse taalbeweging onderweg en zoals geldt voor elke vorm van taalactivisme, gaat het gesprek gepaard met betrokken felheid en sterke standpunten. Ook de letterkundige bijdragen, hoewel meer bedaard, handelden over de rijkdom van de hedendaagse Afrikaanse literatuur in een transnationaal verband. Centraal stond de literaire dialoog tussen Afrikaans en Nederlands, gaande van intertekstuele relaties tot invloed of verwantschap. Zo handelden bijdragen over Marlene van Niekerks “transnasionale poëtika”, de relaties tussen J.M. Coetzees bekende roman Disgrace en Kristien Hemmerechts genderbepaalde adaptatie Alles verandert, de “nawerkings” van Herman Gorters vroege poëzie in het Afrikaans, het fenomeen van de “spesieverse”, zoals in het werk van Johann de Lange, in poëzie van Johann Lodewyk Marais en Peter Verhelst, en het werk van Adam Small vanuit vier diachroon bepaalde invalshoeken. De Afrikaanse en Nederlandse literaturen zijn in een intercultureel perspectief gepresenteerd. De sessies hebben aangetoond dat vanuit comparatief oogpunt nog veel braakliggend terrein kan worden verkend. Het onderzoek dat de universiteiten in Zuid-Afrika en Gent voor de volgende jaren beogen zal de transnationale relaties verder in kaart brengen. Over methodologische uitgangspunten en bruikbare tools is vooral door Louise Viljoen uitgeweid. De volgende jaren wordt aan de studie van cultuurtransmissies en intertekstuele respectievelijk interdiscursieve relaties hoe dan ook méér gerichte aandacht besteed.

Vermeldenswaard is de keynotelezing van Andries Visagie (Universiteit Stellenbosch). Hij sprak over het dichtwerk van Loftus Marais en het fenomeen van de “fopdossery” in een stedelijke ruimte. De afsluitende keynote is verzorgd door Alfred Schaffer van de Universiteit Stellenbosch. Uitgangspunt was het city-gedicht “Papegaaien en andere vogels” van Arjen Duinker. Dat is de tekst die op vraag van CityBooks (2014) door de Nederlandse dichter is gecomponeerd ter gelegenheid van een bezoek aan het Stellenbosche Woordfees. In een revelerende lezing, helemaal aan het eind van een slopende en vooral boeiende lezingenmarathon, sprak Schaffer over de plaats van het gedicht in Duinkers bijzondere literaire oeuvre. Het gedicht bleef vooralsnog ongebundeld en het markeert volgens de spreker een cesuur in het dichterlijke schrijfproces. Het gedicht is veel méér dan een gepoëtiseerde toeristische getuigenis. Stellenbosch en Delft zijn veel méér dan toponiemen in Duinkers gedicht. Met behulp van begrippen zoals posture en imago heeft Schaffer een voortreffelijke intertekstuele lezing van het gedicht ondernomen.

Het colloquium was ambitieus opgezet en heeft naar onze mening de hooggestemde verwachtingen ingelost. Het was een drukke dag met veel nieuwe inzichten, prikkelende praatjes en boeiende uiteenzettingen. Het sterkt het Gentse centrum op de ingeslagen weg verder te gaan en ook volgend jaar aan de Universiteit Gent een gespreks- en discussiemoment voor het Afrikaans te organiseren. Alle steunbetuigingen, de oprechte respons van betrokkenen en de reacties vanuit Zuid-Afrika sterken ons in de overtuiging dat de Universiteit Gent een sleutelrol speelt en zal blijven spelen in de Lage Landen en in Europa voor de discussie over (de rol van) het Afrikaans. De studiedag biedt Zuid-Afrikaanse academische onderzoekers de gelegenheid buiten het eigen taalgebied te spreken over hun onderzoeksbevindingen in het Afrikaans. Zoals Hermann Giliomee (LitNet) en Breyten Breytenbach recent in opiniestukken opmerkten, heeft het Gentse centrum niet alleen een bemoedigende of faciliterende rol op zich genomen. Vanuit het buitenland ondersteunt het onderzoekscentrum alle pleidooien voor de studie van het Afrikaans en het gebruik van Afrikaans op universitaire campussen als wetenschaps- én onderwijstaal.  

  • Medeondertekend door Annelies Verdoolaege en Jacques van Keymeulen namens het Gentse centrum voor het Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika (Universiteit Gent)
  • 0

Reageer

Jou e-posadres sal nie gepubliseer word nie. Kommentaar is onderhewig aan moderering.


 

Top